BWBR0034937
Geldig vanaf 2014-03-19
Artikel 18
Kaderregeling documentaire informatievoorziening Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2014
1. De directeur van een archiefvormend orgaan en de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel kunnen besluiten tot vervreemding van archiefbescheiden die onder hun verantwoordelijkheid vallen. Indien de vervreemding niet plaatsvindt ter uitvoering van een in enige wet neergelegd voorschrift, is voor de vervreemding een machtiging vereist van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2. Indien archiefbescheiden ten gevolge van de vervreemding niet bij een archiefbewaarplaats komen te berusten, betrekt de verantwoordelijke directeur bij de voorbereiding van het besluit tot vervreemding deskundigen op het gebied van organisatie en de taken van het overheidsorgaan dat het betreft, een deskundige op het gebied van archiefbeheer van dit overheidsorgaan en de algemene rijksarchivaris of een door hem gemandateerd ambtenaar.
3. Van vervreemding van archiefbescheiden uit een lopend archief laat de verantwoordelijke directeur volgens een model een verklaring opmaken en hij ondertekent deze verklaring. De directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel en het archiefvormende orgaan bewaren de verklaring van vervreemding blijvend in hun archief.
4. Van vervreemding van archiefbescheiden uit het afgesloten archief laat de beheerder volgens een model een verklaring opmaken, die een specificatie van de vervreemde archiefbescheiden bevat. Onder verantwoordelijkheid van de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel ondertekent het hoofd van de afdeling FDW de verklaring van vervreemding. De directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel en het archiefvormende orgaan bewaren de verklaring van vervreemding blijvend in hun archief.
5. De beheerder laat in het bestandsoverzicht registreren op welke datum en aan welke organisatie hij archiefbescheiden heeft vervreemd.
2. Indien archiefbescheiden ten gevolge van de vervreemding niet bij een archiefbewaarplaats komen te berusten, betrekt de verantwoordelijke directeur bij de voorbereiding van het besluit tot vervreemding deskundigen op het gebied van organisatie en de taken van het overheidsorgaan dat het betreft, een deskundige op het gebied van archiefbeheer van dit overheidsorgaan en de algemene rijksarchivaris of een door hem gemandateerd ambtenaar.
3. Van vervreemding van archiefbescheiden uit een lopend archief laat de verantwoordelijke directeur volgens een model een verklaring opmaken en hij ondertekent deze verklaring. De directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel en het archiefvormende orgaan bewaren de verklaring van vervreemding blijvend in hun archief.
4. Van vervreemding van archiefbescheiden uit het afgesloten archief laat de beheerder volgens een model een verklaring opmaken, die een specificatie van de vervreemde archiefbescheiden bevat. Onder verantwoordelijkheid van de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel ondertekent het hoofd van de afdeling FDW de verklaring van vervreemding. De directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel en het archiefvormende orgaan bewaren de verklaring van vervreemding blijvend in hun archief.
5. De beheerder laat in het bestandsoverzicht registreren op welke datum en aan welke organisatie hij archiefbescheiden heeft vervreemd.