BWBR0029961
Geldig vanaf 2016-12-07
Artikel 20a
Regeling landelijk sociaal statuut politie
1. De ambtenaar met een functie vallend onder het domein Leiding of Ondersteuning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, en bijlage 1 bij de Regeling vaststelling LFNP, kan zo lang hij nog niet is geplaatst op een vergelijkbare of uitwisselbare functie of is aangewezen als herplaatsingskandidaat in het kader van de reorganisatie Politiewet 2012, het bevoegd gezag verzoeken hem met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende artikelen een of meer van de volgende voorzieningen toe te kennen:
a. een outplacementtraject als bedoeld in artikel 15,
b. een vergoeding van opleidingskosten als bedoeld in artikel 16,
c. een vergoeding van verhuiskosten en reiskosten voor woon- werkverkeer als bedoeld in artikel 17,
d. het verlenen van buitengewoon verlof in verband met een sollicitatie als bedoeld in artikel 20,
e. het toekennen van loonsuppletie als bedoeld in artikel 55tBarp,
f. het toekennen van een vertrekstimuleringspremie als bedoeld in artikel 55y Barp, met dien verstande dat de vertrekstimuleringspremie in afwijking van dat artikel maximaal € 75.000 bedraagt dan wel maximaal het bruto-jaarsalaris inclusief vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering als dat salaris meer dan € 75.000 bedraagt,
g. kwijtschelding van terugbetalingsverplichtingen als bedoeld in artikel 55z Barp,of
h. ontheffing van werkzaamheden, met behoud van aanspraken tot het einde van zijn loopbaan als bedoeld in artikel 55aa Barp.
2. De voorzieningen genoemd in het eerste lid, onder e, f en h kunnen, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, niet onderling gecombineerd worden toegekend.
a. een outplacementtraject als bedoeld in artikel 15,
b. een vergoeding van opleidingskosten als bedoeld in artikel 16,
c. een vergoeding van verhuiskosten en reiskosten voor woon- werkverkeer als bedoeld in artikel 17,
d. het verlenen van buitengewoon verlof in verband met een sollicitatie als bedoeld in artikel 20,
e. het toekennen van loonsuppletie als bedoeld in artikel 55tBarp,
f. het toekennen van een vertrekstimuleringspremie als bedoeld in artikel 55y Barp, met dien verstande dat de vertrekstimuleringspremie in afwijking van dat artikel maximaal € 75.000 bedraagt dan wel maximaal het bruto-jaarsalaris inclusief vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering als dat salaris meer dan € 75.000 bedraagt,
g. kwijtschelding van terugbetalingsverplichtingen als bedoeld in artikel 55z Barp,of
h. ontheffing van werkzaamheden, met behoud van aanspraken tot het einde van zijn loopbaan als bedoeld in artikel 55aa Barp.
2. De voorzieningen genoemd in het eerste lid, onder e, f en h kunnen, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, niet onderling gecombineerd worden toegekend.