BWBR0029961
Geldig vanaf 2016-12-07
Artikel 7a
Regeling landelijk sociaal statuut politie
1. Een mogelijke herplaatsingskandidaat die belangstelling toont voor een verticaal positieve plaatsing, motiveert zijn belangstelling schriftelijk.
2. De pac adviseert alleen over een verticaal positieve plaatsing wanneer de ambtenaar ervoor zorg draagt dat de pac over de relevante gegevens kan beschikken. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:
a. het verslag van het meest recente gesprek, bedoeld in artikel 71, eerste lid, van het Barp;
b. een recente beoordeling, bedoeld in artikel 71 tweede lid, van het Barp;
c. het persoonlijk ontwikkelplan;
d. het overzicht van gevolgde opleidingen en van werkervaring;
e. een weergave van de belangstellingsregistratie, en
f. overige voor de plaatsing relevante gegevens uit het personeelsdossier.
3. Bij gebreke van benodigde gegevens uit het personeelsdossier nodigt de pac de betrokken ambtenaar en bevoegd gezag uit om gelijktijdig hun visie te geven op het functioneren van de ambtenaar. Is hun visie niet eensluidend dan kan de pac andere bronnen betrekken.
2. De pac adviseert alleen over een verticaal positieve plaatsing wanneer de ambtenaar ervoor zorg draagt dat de pac over de relevante gegevens kan beschikken. Daaronder wordt in ieder geval verstaan:
a. het verslag van het meest recente gesprek, bedoeld in artikel 71, eerste lid, van het Barp;
b. een recente beoordeling, bedoeld in artikel 71 tweede lid, van het Barp;
c. het persoonlijk ontwikkelplan;
d. het overzicht van gevolgde opleidingen en van werkervaring;
e. een weergave van de belangstellingsregistratie, en
f. overige voor de plaatsing relevante gegevens uit het personeelsdossier.
3. Bij gebreke van benodigde gegevens uit het personeelsdossier nodigt de pac de betrokken ambtenaar en bevoegd gezag uit om gelijktijdig hun visie te geven op het functioneren van de ambtenaar. Is hun visie niet eensluidend dan kan de pac andere bronnen betrekken.