BWBR0029961
Geldig vanaf 2016-12-07
Artikel 1a
Regeling landelijk sociaal statuut politie
1. In afwijking van artikel 1, onderdeel j, wordt voor de reorganisatie Politiewet 2012als oorspronkelijke functie aangemerkt de functie waarin de ambtenaar was aangesteld op 1 januari 2012 tenzij:
a. de ambtenaar aantoont dat hij na die datum formeel van functie is gewijzigd zonder dat deze wijziging verband hield met de voorbereidingen van die reorganisatie, of
b. de ambtenaar na 31 maart 2011 formeel van functie is gewijzigd in verband met de voorbereidingen van die reorganisatie. In dat geval geldt als oorspronkelijke functie, de functie die de ambtenaar bekleedde op 31 maart 2011.
2. Van de bewijslast in het eerste lid, onderdeel a, zijn uitgezonderd ambtenaren die na 1 januari 2012 formeel van functie zijn gewijzigd:
a. op basis van eerdere loopbaanafspraken;
b. op basis van afspraken gemaakt in verband met het traject Harmonisatie Arbeidsvoorwaarden Politie II, of
c. omdat hun aanstelling als aspirant sindsdien is omgezet in een aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
3. In de gevallen als aangeduid in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid geldt als oorspronkelijke functie, de functie die de ambtenaar bekleedde nadat deze formeel van functie is gewijzigd.
a. de ambtenaar aantoont dat hij na die datum formeel van functie is gewijzigd zonder dat deze wijziging verband hield met de voorbereidingen van die reorganisatie, of
b. de ambtenaar na 31 maart 2011 formeel van functie is gewijzigd in verband met de voorbereidingen van die reorganisatie. In dat geval geldt als oorspronkelijke functie, de functie die de ambtenaar bekleedde op 31 maart 2011.
2. Van de bewijslast in het eerste lid, onderdeel a, zijn uitgezonderd ambtenaren die na 1 januari 2012 formeel van functie zijn gewijzigd:
a. op basis van eerdere loopbaanafspraken;
b. op basis van afspraken gemaakt in verband met het traject Harmonisatie Arbeidsvoorwaarden Politie II, of
c. omdat hun aanstelling als aspirant sindsdien is omgezet in een aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.
3. In de gevallen als aangeduid in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid geldt als oorspronkelijke functie, de functie die de ambtenaar bekleedde nadat deze formeel van functie is gewijzigd.