BWBR0029961
Geldig vanaf 2016-12-07
Artikel 14
Regeling landelijk sociaal statuut politie
1. De ambtenaar die als herplaatsingskandidaat is aangewezen en niet binnen het reorganisatiegebied is herplaatst en diens direct leidinggevende maken afspraken over het te volgen herplaatsingstraject. De persoonlijke afspraken over het te volgen herplaatsingstraject worden opgenomen in het herplaatsingsplan en gaan in op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan artikel 55n van het Barpen omvatten in ieder geval:
a. de uitgangssituatie van de ambtenaar, inclusief gegevens met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden die relevant zijn voor de herplaatsing;
b. de voorkeuren van de ambtenaar;
c. de aandachtspunten bij het zoeken naar een passende functie;
d. het zoekgebied;
e. de mogelijkheid om tijdelijke werkzaamheden te zoeken en op te dragen;
f. welke flankerende voorzieningen worden ingezet;
g. de beschrijving en planning van acties te ondernemen door direct leidinggevende en ambtenaar;
h. het evaluatiemoment.
2. Het bevoegd gezag stelt op voorstel van de leidinggevende het herplaatsingsplan bij besluit vast. De ambtenaar krijgt de gelegenheid vooraf zijn zienswijze op het voorgenomen besluit te geven.
3. Het herplaatsingsplan en de daarin opgenomen afspraken worden periodiek, minimaal eens per half jaar, geëvalueerd en zo nodig gewijzigd. Deze wijziging is een nieuw besluit. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt dat wordt opgenomen in het personeelsdossier.
a. de uitgangssituatie van de ambtenaar, inclusief gegevens met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden die relevant zijn voor de herplaatsing;
b. de voorkeuren van de ambtenaar;
c. de aandachtspunten bij het zoeken naar een passende functie;
d. het zoekgebied;
e. de mogelijkheid om tijdelijke werkzaamheden te zoeken en op te dragen;
f. welke flankerende voorzieningen worden ingezet;
g. de beschrijving en planning van acties te ondernemen door direct leidinggevende en ambtenaar;
h. het evaluatiemoment.
2. Het bevoegd gezag stelt op voorstel van de leidinggevende het herplaatsingsplan bij besluit vast. De ambtenaar krijgt de gelegenheid vooraf zijn zienswijze op het voorgenomen besluit te geven.
3. Het herplaatsingsplan en de daarin opgenomen afspraken worden periodiek, minimaal eens per half jaar, geëvalueerd en zo nodig gewijzigd. Deze wijziging is een nieuw besluit. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt dat wordt opgenomen in het personeelsdossier.