BWBR0029961
Geldig vanaf 2016-12-07
Artikel 4
Regeling landelijk sociaal statuut politie
Het bevoegd gezag stelt een reorganisatieplan op, waarin in ieder geval wordt ingegaan op:
a. de beweegredenen voor de reorganisatie;
b. de fases van het reorganisatieproces;
c. het reorganisatiegebied waarop de reorganisatie betrekking zal hebben;
d. een overzicht van de formatieve functies – in kwalitatieve en kwantitatieve zin – van de bestaande organisatie binnen het reorganisatiegebied;
e. een overzicht van de formatieve functies – in kwalitatieve en kwantitatieve zin – van de nieuwe organisatie;
f. inzicht in het resultaat van de functievergelijking naar inhoud, van de formatieve functies van de bestaande en de nieuwe organisatie;
g. welke functies als sleutelfunctie worden aangemerkt;
h. de ingangsdatum van de reorganisatie, zijnde het moment van de adviesaanvraag bij de ondernemingsraad;
i. een activiteitenplan en een daaraan verbonden tijdschema;
j. inzicht in de middelen welke noodzakelijk zijn om personele gevolgen op te vangen, zoals de financiering van om-, her-, en bijscholing;
k. inzicht in de personele gevolgen, het te voeren plaatsingsbeleid, de gevolgen met betrekking tot reistijd en reisafstand en het te verwachten natuurlijk verloop;
l. maatregelen met betrekking tot een tijdige en optimale voorlichting van de betrokken ambtenaren.
a. de beweegredenen voor de reorganisatie;
b. de fases van het reorganisatieproces;
c. het reorganisatiegebied waarop de reorganisatie betrekking zal hebben;
d. een overzicht van de formatieve functies – in kwalitatieve en kwantitatieve zin – van de bestaande organisatie binnen het reorganisatiegebied;
e. een overzicht van de formatieve functies – in kwalitatieve en kwantitatieve zin – van de nieuwe organisatie;
f. inzicht in het resultaat van de functievergelijking naar inhoud, van de formatieve functies van de bestaande en de nieuwe organisatie;
g. welke functies als sleutelfunctie worden aangemerkt;
h. de ingangsdatum van de reorganisatie, zijnde het moment van de adviesaanvraag bij de ondernemingsraad;
i. een activiteitenplan en een daaraan verbonden tijdschema;
j. inzicht in de middelen welke noodzakelijk zijn om personele gevolgen op te vangen, zoals de financiering van om-, her-, en bijscholing;
k. inzicht in de personele gevolgen, het te voeren plaatsingsbeleid, de gevolgen met betrekking tot reistijd en reisafstand en het te verwachten natuurlijk verloop;
l. maatregelen met betrekking tot een tijdige en optimale voorlichting van de betrokken ambtenaren.