BWBR0029961
Geldig vanaf 2016-12-07
Artikel 7
Regeling landelijk sociaal statuut politie
1. De pac heeft de volgende taken:
a. het houden van een schriftelijke belangstellingsregistratie onder de ambtenaren aangesteld binnen het reorganisatiegebied;
b. het voeren van een gesprek met mogelijke herplaatsingskandidaten, waarin de ambtenaar zijn belangstelling voor een functie of een plaats van tewerkstelling kan toelichten;
c. het op haar initiatief voeren van een gesprek met een ambtenaar niet zijnde een mogelijke herplaatsingskandidaat naar aanleiding van diens getoonde belangstelling voor een functie of plaats van tewerkstelling;
d. het schriftelijk vastleggen van het gesprek zoals bedoeld in de onderdelen b en c en het toezenden van een afschrift aan de ambtenaar:
e. het opstellen van een concept-personeelsplaatsingsplan als bedoeld in artikel 8, van deze regeling zo spoedig mogelijk na ontvangst van de opdracht daartoe van het bevoegd gezag;
f. het adviseren van het bevoegd gezag over de zienswijze van ambtenaren tegen een door het bevoegd gezag voorgenomen besluit tot plaatsing respectievelijk tot aanwijzing als herplaatsingskandidaat, als bedoeld in artikel 10, van deze regeling;
g. het adviseren van het bevoegd gezag over de wijziging van het personeelsplaatsingsplan, indien de adviezen over de zienswijzen van de ambtenaren daartoe aanleiding geven.
2. In het geval de ambtenaar geen functievolger is, of volgens zijn zienswijze ten onrechte als functievolger is aangemerkt, kan de pac beschikken over de voor de reorganisatie relevante gegevens uit het personeelsdossier.
3. Het bevoegd gezag stelt de pac slechts die gegevens van de ambtenaar ter beschikking die van belang zijn voor een goede uitvoering van de taken van de pac en indien de betrokken ambtenaar daartoe het bevoegd gezag toestemming geeft.
4. Indien een functievolger heeft aangegeven voorkeur te hebben voor een plaatsing op een andere plaats van tewerkstelling dan die waarop hij ingevolge artikel 55lb Barpzal worden geplaatst, adviseert de pac het bevoegd gezag over de mogelijkheden om aan deze wens tegemoet te komen. Aan deze wens kan slechts tegemoet worden gekomen indien een functievolger met de gewenste plaats van tewerkstelling eveneens de voorkeur heeft uitgesproken voor een andere plaats van tewerkstelling en twee of meerdere functievolgers kunnen worden uitgewisseld.
5. De pac brengt binnen zeven weken, nadat de voorgenomen besluiten, zoals bedoeld in artikel 10van deze regeling, zijn uitgereikt of verzonden, schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de zienswijzen.
a. het houden van een schriftelijke belangstellingsregistratie onder de ambtenaren aangesteld binnen het reorganisatiegebied;
b. het voeren van een gesprek met mogelijke herplaatsingskandidaten, waarin de ambtenaar zijn belangstelling voor een functie of een plaats van tewerkstelling kan toelichten;
c. het op haar initiatief voeren van een gesprek met een ambtenaar niet zijnde een mogelijke herplaatsingskandidaat naar aanleiding van diens getoonde belangstelling voor een functie of plaats van tewerkstelling;
d. het schriftelijk vastleggen van het gesprek zoals bedoeld in de onderdelen b en c en het toezenden van een afschrift aan de ambtenaar:
e. het opstellen van een concept-personeelsplaatsingsplan als bedoeld in artikel 8, van deze regeling zo spoedig mogelijk na ontvangst van de opdracht daartoe van het bevoegd gezag;
f. het adviseren van het bevoegd gezag over de zienswijze van ambtenaren tegen een door het bevoegd gezag voorgenomen besluit tot plaatsing respectievelijk tot aanwijzing als herplaatsingskandidaat, als bedoeld in artikel 10, van deze regeling;
g. het adviseren van het bevoegd gezag over de wijziging van het personeelsplaatsingsplan, indien de adviezen over de zienswijzen van de ambtenaren daartoe aanleiding geven.
2. In het geval de ambtenaar geen functievolger is, of volgens zijn zienswijze ten onrechte als functievolger is aangemerkt, kan de pac beschikken over de voor de reorganisatie relevante gegevens uit het personeelsdossier.
3. Het bevoegd gezag stelt de pac slechts die gegevens van de ambtenaar ter beschikking die van belang zijn voor een goede uitvoering van de taken van de pac en indien de betrokken ambtenaar daartoe het bevoegd gezag toestemming geeft.
4. Indien een functievolger heeft aangegeven voorkeur te hebben voor een plaatsing op een andere plaats van tewerkstelling dan die waarop hij ingevolge artikel 55lb Barpzal worden geplaatst, adviseert de pac het bevoegd gezag over de mogelijkheden om aan deze wens tegemoet te komen. Aan deze wens kan slechts tegemoet worden gekomen indien een functievolger met de gewenste plaats van tewerkstelling eveneens de voorkeur heeft uitgesproken voor een andere plaats van tewerkstelling en twee of meerdere functievolgers kunnen worden uitgewisseld.
5. De pac brengt binnen zeven weken, nadat de voorgenomen besluiten, zoals bedoeld in artikel 10van deze regeling, zijn uitgereikt of verzonden, schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag over de zienswijzen.