BWBR0029961
Geldig vanaf 2016-12-07
Artikel 4a
Regeling landelijk sociaal statuut politie
1. De reorganisatiecommissie, bedoeld in artikel 55la, van het Barp, heeft in aanvulling op de in artikel 55l, vierde lid, van het Barpgenoemde taak, de volgende taken:
a. Het adviseren van het bevoegd gezag over sleutelfuncties, met dien verstande dat de reorganisatiecommissie toetst of concrete voorstellen van het bevoegd gezag tot aanwijzing van sleutelfuncties voldoen aan de criteria genoemd in artikel 55jb, eerste lid, Barp;
b. Het adviseren van de CGOP of het bij een voorgenomen reorganisatie voorgestelde flankerend beleid adequaat is toegepast ter ondervanging van de gevolgen voor de algemene rechtstoestand of de rechtspositie van het personeel dat door het voorgenomen reorganisatiebeleid wordt getroffen; en
c. Het in het algemeen, gevraagd of ongevraagd adviseren van de CGOP, over al hetgeen bevorderlijk is ten aanzien van het reorganisatieproces in verband met de totstandkoming van de politie als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Politiewet 2012.
2. De voorzitter heeft geen stemrecht.
3. Het bevoegd gezag legt de voorstellen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gemotiveerd aan de reorganisatiecommissie voor. Indien het bevoegd gezag het advies van de reorganisatiecommissie niet overneemt of indien de stemmen in de reorganisatiecommissie staken, wordt het advies voorgelegd aan de CGOP.
a. Het adviseren van het bevoegd gezag over sleutelfuncties, met dien verstande dat de reorganisatiecommissie toetst of concrete voorstellen van het bevoegd gezag tot aanwijzing van sleutelfuncties voldoen aan de criteria genoemd in artikel 55jb, eerste lid, Barp;
b. Het adviseren van de CGOP of het bij een voorgenomen reorganisatie voorgestelde flankerend beleid adequaat is toegepast ter ondervanging van de gevolgen voor de algemene rechtstoestand of de rechtspositie van het personeel dat door het voorgenomen reorganisatiebeleid wordt getroffen; en
c. Het in het algemeen, gevraagd of ongevraagd adviseren van de CGOP, over al hetgeen bevorderlijk is ten aanzien van het reorganisatieproces in verband met de totstandkoming van de politie als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Politiewet 2012.
2. De voorzitter heeft geen stemrecht.
3. Het bevoegd gezag legt de voorstellen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gemotiveerd aan de reorganisatiecommissie voor. Indien het bevoegd gezag het advies van de reorganisatiecommissie niet overneemt of indien de stemmen in de reorganisatiecommissie staken, wordt het advies voorgelegd aan de CGOP.