BWBR0028766
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 7
Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES
1. De werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van een akte van opsporingsbevoegdheid in bij Onze Minister.
2. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. een aanduiding van de feiten waarvoor de opsporingsbevoegdheid wordt aangevraagd;
b. een aanduiding van het grondgebied waarvoor opsporingsbevoegdheid moet gelden;
c. naam, voornamen, woonplaats alsmede geboortedatum en -plaats van de persoon, ten behoeve van wie de aanvraag wordt gedaan;
d. een omschrijving van diens functie.
3. Op elke aanvraag ingevolge dit hoofdstuk wordt zo spoedig mogelijk beslist.
4. Bij de aanvraag wordt een bewijs van bekwaamheid van de desbetreffende persoon gevoegd.
5. Een aanvraag tot verlenging of wijziging van de akte van opsporingsbevoegdheid wordt uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur ingediend. Bij deze aanvraag wordt de akte van beëdiging bijgevoegd.
2. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. een aanduiding van de feiten waarvoor de opsporingsbevoegdheid wordt aangevraagd;
b. een aanduiding van het grondgebied waarvoor opsporingsbevoegdheid moet gelden;
c. naam, voornamen, woonplaats alsmede geboortedatum en -plaats van de persoon, ten behoeve van wie de aanvraag wordt gedaan;
d. een omschrijving van diens functie.
3. Op elke aanvraag ingevolge dit hoofdstuk wordt zo spoedig mogelijk beslist.
4. Bij de aanvraag wordt een bewijs van bekwaamheid van de desbetreffende persoon gevoegd.
5. Een aanvraag tot verlenging of wijziging van de akte van opsporingsbevoegdheid wordt uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur ingediend. Bij deze aanvraag wordt de akte van beëdiging bijgevoegd.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028766
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl