BWBR0028766
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 16
Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES
1. Onze Minister beëdigt de persoon, bedoeld in artikel 4, tot buitengewoon agent van politie.
2. De werkgever dient een aanvraag tot beëdiging van een buitengewoon agent van politie in bij Onze Minister en overlegt daarbij een bewijs van de titel van opsporingsbevoegdheid en een bewijs van bekwaamheid van de te beëdigen persoon.
3. De aanvraag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt tevens geacht te zijn een aanvraag tot beëdiging.
4. De beëdiging vindt plaats voor de opsporing van de feiten waartoe een persoon ingevolge de titel van opsporingsbevoegdheid bevoegd is, op het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt.
5. Indien gebleken is dat de in het eerste lid bedoelde persoon voldoet aan de voorwaarden voor beëdiging wordt hij binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag beëdigd.
2. De werkgever dient een aanvraag tot beëdiging van een buitengewoon agent van politie in bij Onze Minister en overlegt daarbij een bewijs van de titel van opsporingsbevoegdheid en een bewijs van bekwaamheid van de te beëdigen persoon.
3. De aanvraag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt tevens geacht te zijn een aanvraag tot beëdiging.
4. De beëdiging vindt plaats voor de opsporing van de feiten waartoe een persoon ingevolge de titel van opsporingsbevoegdheid bevoegd is, op het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt.
5. Indien gebleken is dat de in het eerste lid bedoelde persoon voldoet aan de voorwaarden voor beëdiging wordt hij binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag beëdigd.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028766
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl