BWBR0028766
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 23
Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES
1. De buitengewoon agent van politie beperkt de opsporingshandelingen waartoe hij bevoegd is, tot hetgeen nodig is voor de juiste vervulling van de functie in verband waarmee hij als buitengewoon agent van politie is beëdigd. Hij onthoudt zich van elk optreden waartoe hij niet bevoegd is.
2. De buitengewoon agent van politie gedraagt zich bij de uitoefening van zijn opsporingsbevoegdheden overeenkomstig de bij of krachtens de wet gegeven regels.
3. Indien hij bevoegd is politiebevoegdheden uit te oefenen, gedraagt hij zich overeenkomstig artikel 13, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de op hem van toepassing zijnde ambtsinstructie.
2. De buitengewoon agent van politie gedraagt zich bij de uitoefening van zijn opsporingsbevoegdheden overeenkomstig de bij of krachtens de wet gegeven regels.
3. Indien hij bevoegd is politiebevoegdheden uit te oefenen, gedraagt hij zich overeenkomstig artikel 13, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de op hem van toepassing zijnde ambtsinstructie.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028766
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl