BWBR0028766
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 32
Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES
1. De toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de toets schietvaardigheid worden afgenomen door een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of, voor zover de buitengewoon agent van politie werkzaam is bij de Koninklijke marechaussee, Onze Minister van Defensie daartoe aangewezen toetser.
2. Indien een buitengewoon agent van politie op de laatste dag van de in artikel 30 bedoelde perioden, één van de in dat artikel bedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan de werkgever en de direct toezichthouder.
3. De werkgever draagt zorg voor de registratie van de deelname aan en de resultaten van de in artikel 30 bedoelde toetsen. De werkgever verstrekt de direct toezichthouder, de toezichthouder en Onze Minister desgevraagd de gewenste inlichtingen over de registratie, bedoeld in de eerste volzin.
2. Indien een buitengewoon agent van politie op de laatste dag van de in artikel 30 bedoelde perioden, één van de in dat artikel bedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan de werkgever en de direct toezichthouder.
3. De werkgever draagt zorg voor de registratie van de deelname aan en de resultaten van de in artikel 30 bedoelde toetsen. De werkgever verstrekt de direct toezichthouder, de toezichthouder en Onze Minister desgevraagd de gewenste inlichtingen over de registratie, bedoeld in de eerste volzin.
- Citeren als
- Art. 32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028766
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl