BWBR0028766
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 36
Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES
1. Onverminderd artikel 34, eerste lid, onder b, kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, de buitengewoon agent van politie in zijn ambt schorsen:
a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen hem is ingesteld;
b. wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is meegedeeld dan wel wanneer hem die straf is opgelegd, of
c. wanneer het dienstbelang dit bepaaldelijk vereist.
2. In afwachting van de schorsing kan de buitengewoon agent van politie buiten functie worden gesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
3. De duur van de schorsing bedraagt maximaal zes maanden. In zeer bijzondere gevallen kan deze termijn eenmaal met drie maanden worden verlengd.
a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen hem is ingesteld;
b. wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is meegedeeld dan wel wanneer hem die straf is opgelegd, of
c. wanneer het dienstbelang dit bepaaldelijk vereist.
2. In afwachting van de schorsing kan de buitengewoon agent van politie buiten functie worden gesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
3. De duur van de schorsing bedraagt maximaal zes maanden. In zeer bijzondere gevallen kan deze termijn eenmaal met drie maanden worden verlengd.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028766
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl