BWBR0028766
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 39
Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES
1. De buitengewoon agent van politie wordt op zijn aanvraag ontslag verleend.
2. Het ontslag wordt niet verleend met ingang van een dag die vroeger dan een maand of later dan drie maanden ligt na de dag waarop de aanvraag om ontslag is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
3. Van het eerste lid kan worden afgeweken indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen de ambtenaar van politie is ingesteld of indien wordt overwogen hem de straf van ontslag op te leggen.
4. Van het tweede lid kan worden afgeweken. op aanvraag van de buitengewoon agent van politie.
5. Het ontslag op aanvraag wordt eervol verleend.
2. Het ontslag wordt niet verleend met ingang van een dag die vroeger dan een maand of later dan drie maanden ligt na de dag waarop de aanvraag om ontslag is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
3. Van het eerste lid kan worden afgeweken indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen de ambtenaar van politie is ingesteld of indien wordt overwogen hem de straf van ontslag op te leggen.
4. Van het tweede lid kan worden afgeweken. op aanvraag van de buitengewoon agent van politie.
5. Het ontslag op aanvraag wordt eervol verleend.
- Citeren als
- Art. 39
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028766
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl