BWBR0028766
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 6
Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES
1. Een akte van opsporingsbevoegdheid wordt verleend indien die opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van die functie van de desbetreffende persoon of dienst waarbij hij werkzaam is, en een beroep op de politie voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is. Een akte van opsporingsbevoegdheid kan voor een categorie of eenheid worden verleend.
2. Een akte van opsporingsbevoegdheid geldt voor de duur van maximaal vijf jaren met ingang van de dag waarop de akte van beëdiging is uitgereikt. De geldigheidsduur kan telkens met maximaal vijf jaren worden verlengd.
3. De akte van opsporingsbevoegdheid voor een categorie of eenheid geldt voor de duur van maximaal vijf jaren met ingang van de datum van inwerkingtreding van de beschikking, bedoeld in artikel 8, tweede lid. De geldigheidsduur kan telkens met maximaal vijf jaren worden verlengd.
2. Een akte van opsporingsbevoegdheid geldt voor de duur van maximaal vijf jaren met ingang van de dag waarop de akte van beëdiging is uitgereikt. De geldigheidsduur kan telkens met maximaal vijf jaren worden verlengd.
3. De akte van opsporingsbevoegdheid voor een categorie of eenheid geldt voor de duur van maximaal vijf jaren met ingang van de datum van inwerkingtreding van de beschikking, bedoeld in artikel 8, tweede lid. De geldigheidsduur kan telkens met maximaal vijf jaren worden verlengd.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028766
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl