BWBR0025627
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 8
Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs
1. De gegadigde, bedoeld in artikel 7, tweede lid, die bij de aanmelding nog niet voldoet aan de in artikel 7.24 van de wetbedoelde vooropleidingseisen, kan artikel 7, derde lid, slechts toepassen, indien hij voor 15 mei aan de Minister overlegt:
a. een opgave van zijn pakketkeuze of zijn in artikel 7.25 van de wet bedoelde profielkeuze waaruit blijkt dat hij aan de nadere vooropleidingseisen zal voldoen, of
b. een gewaarmerkte verklaring, afgegeven door een instelling, waaruit blijkt dat hij met zijn diploma of zijn getuigschrift tevens zal voldoen aan de in artikel 7.25 van de wet bedoelde nadere vooropleidingseisen.
2. De gegadigde die bij de aanmelding reeds voldoet aan de in artikel 7.24 van de wetbedoelde vooropleidingseisen, doch op dat tijdstip niet voldoet aan de in artikel 7.25 van de wetbedoelde nadere vooropleidingseisen, legt voor 15 mei een bewijsstuk over, bestaande uit een van de in het eerste lid genoemde bewijsstukken, dan wel een verklaring dat hij deelneemt of zal deelnemen aan het onderzoek ter verkrijging van een sufficiëntieverklaring. Deze gegadigde zendt zijn sufficiëntieverklaring voor 1 september aan de Minister.
a. een opgave van zijn pakketkeuze of zijn in artikel 7.25 van de wet bedoelde profielkeuze waaruit blijkt dat hij aan de nadere vooropleidingseisen zal voldoen, of
b. een gewaarmerkte verklaring, afgegeven door een instelling, waaruit blijkt dat hij met zijn diploma of zijn getuigschrift tevens zal voldoen aan de in artikel 7.25 van de wet bedoelde nadere vooropleidingseisen.
2. De gegadigde die bij de aanmelding reeds voldoet aan de in artikel 7.24 van de wetbedoelde vooropleidingseisen, doch op dat tijdstip niet voldoet aan de in artikel 7.25 van de wetbedoelde nadere vooropleidingseisen, legt voor 15 mei een bewijsstuk over, bestaande uit een van de in het eerste lid genoemde bewijsstukken, dan wel een verklaring dat hij deelneemt of zal deelnemen aan het onderzoek ter verkrijging van een sufficiëntieverklaring. Deze gegadigde zendt zijn sufficiëntieverklaring voor 1 september aan de Minister.