BWBR0025627
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 13
Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs
1. Het gemiddelde eindexamencijfer, bedoeld in artikel 7.57b, eerste en tweede lid, van de wet, van een gegadigde die met goed gevolg eindexamen heeft afgelegd volgens de artikelen 12 tot en met 15en 22 van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt berekend uit de eindcijfers van het gemeenschappelijk deel, het profieldeel en het hoogste eindcijfer van het vrije deel gezamenlijk. Daarbij wordt, indien de gegadigde het eindexamen heeft afgelegd volgens de bij of krachtens de Wet op het voortgezet onderwijsgegeven voorschriften zoals luidend vanaf 1 augustus 2007, het gemiddelde van de eindcijfers bedoeld in artikel 49, zesde lid van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., aangemerkt als het eind(examen)cijfer van één vak.
2. Het gemiddelde eindexamencijfer, bedoeld in artikel 7.57b, eerste en tweede lid, van de wet, van een gegadigde met een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijsof met een diploma middelbaar beroepsonderwijs wordt berekend uit de combinatie van vijf cijfers van de cijferlijst die het hoogste gemiddelde oplevert, met dien verstande dat indien het een diploma betreft van een experimentele opleiding als bedoeld in artikel 12.1a.2 van de laatstgenoemde wet, het gemiddelde eindexamencijfer wordt berekend op basis van de cijfers voor de kerntaken.
3. Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, worden de resultaten van een gegadigde voor de onderdelen ‘leren, loopbaan en burgerschap’ of ‘ loopbaan en burgerschap’, Nederlands, rekenen en Engels, of een andere moderne vreemde taal, buiten beschouwing gelaten.
4. Indien de beoordelingen bij een diploma zijn uitgedrukt in de termen uitmuntend, zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende, matig, onvoldoende, ruim onvoldoende, slecht en zeer slecht, dan worden deze voor de berekening van het gemiddelde eindexamencijfer geïnterpreteerd als respectievelijk 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2 en 1.
5. Indien op de cijferlijst minder dan het in het tweede lid bedoelde aantal cijfers is vermeld, is het gemiddelde eindexamencijfer het gemiddelde van de vermelde cijfers.
6. De minister deelt de gegadigde die in het bezit is van een diploma, afgegeven buiten Nederland in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of Zwitserland in klasse a in, indien naar het oordeel van de minister de gemiddelde waardering van de geëxamineerde vakken vergelijkbaar is met een gemiddeld eindexamencijfer van 8 of hoger als bedoeld in artikel 7.57b, eerste en tweede lid, van de wet. Artikel 7.57b, vierde lid, van de wet wordt in dat geval niet toegepast.
7. Om voor indeling in klasse a in aanmerking te komen, verzoekt de gegadigde de minister daartoe een besluit te nemen bij de aanmelding voor de fixusopleiding.
8. Om voor het studiejaar 2012-2013 voor indeling in klasse a in aanmerking te komen, dient de gegadigde, in afwijking van het zevende lid, het verzoek in voor 1 juli 2012.
2. Het gemiddelde eindexamencijfer, bedoeld in artikel 7.57b, eerste en tweede lid, van de wet, van een gegadigde met een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijsof met een diploma middelbaar beroepsonderwijs wordt berekend uit de combinatie van vijf cijfers van de cijferlijst die het hoogste gemiddelde oplevert, met dien verstande dat indien het een diploma betreft van een experimentele opleiding als bedoeld in artikel 12.1a.2 van de laatstgenoemde wet, het gemiddelde eindexamencijfer wordt berekend op basis van de cijfers voor de kerntaken.
3. Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, worden de resultaten van een gegadigde voor de onderdelen ‘leren, loopbaan en burgerschap’ of ‘ loopbaan en burgerschap’, Nederlands, rekenen en Engels, of een andere moderne vreemde taal, buiten beschouwing gelaten.
4. Indien de beoordelingen bij een diploma zijn uitgedrukt in de termen uitmuntend, zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende, matig, onvoldoende, ruim onvoldoende, slecht en zeer slecht, dan worden deze voor de berekening van het gemiddelde eindexamencijfer geïnterpreteerd als respectievelijk 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2 en 1.
5. Indien op de cijferlijst minder dan het in het tweede lid bedoelde aantal cijfers is vermeld, is het gemiddelde eindexamencijfer het gemiddelde van de vermelde cijfers.
6. De minister deelt de gegadigde die in het bezit is van een diploma, afgegeven buiten Nederland in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of Zwitserland in klasse a in, indien naar het oordeel van de minister de gemiddelde waardering van de geëxamineerde vakken vergelijkbaar is met een gemiddeld eindexamencijfer van 8 of hoger als bedoeld in artikel 7.57b, eerste en tweede lid, van de wet. Artikel 7.57b, vierde lid, van de wet wordt in dat geval niet toegepast.
7. Om voor indeling in klasse a in aanmerking te komen, verzoekt de gegadigde de minister daartoe een besluit te nemen bij de aanmelding voor de fixusopleiding.
8. Om voor het studiejaar 2012-2013 voor indeling in klasse a in aanmerking te komen, dient de gegadigde, in afwijking van het zevende lid, het verzoek in voor 1 juli 2012.