BWBR0025627
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 22
Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs
1. Indien blijkt dat alle gegadigden voor een bepaalde opleiding of een opleiding waarvoor artikel 7.57d van de wetgeldt, zijn geplaatst en er plaatsen voor die opleiding onbenut blijven, heeft loting plaats onder gegadigden die voldoen aan de eisen bedoeld in artikel 7, die op grond van een loting voor een andere opleiding geen bewijs van toelating hebben gekregen, en die binnen veertien dagen na de mededeling, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, de Minister schriftelijk hebben medegedeeld dat zij aan de eerstbedoelde loting wensen deel te nemen.
2. Op de loting, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 17 tot en met 21van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat onder het aantal vastgestelde of beschikbare plaatsen wordt verstaan het aantal onbenut gebleven plaatsen. Aan de gegadigden kent de notaris een nieuw lotnummer toe.
2. Op de loting, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 17 tot en met 21van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat onder het aantal vastgestelde of beschikbare plaatsen wordt verstaan het aantal onbenut gebleven plaatsen. Aan de gegadigden kent de notaris een nieuw lotnummer toe.