BWBR0024317
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel 9
Besluit medezeggenschap Defensie 2008
1. Een medezeggenschapscommissie kan werkgroepen instellen die zij voor de vervulling van haar taak redelijkerwijze nodig heeft.
2. De medezeggenschapscommissie legt haar voornemen om een werkgroep in te stellen schriftelijk voor aan het hoofd van de diensteenheid met vermelding van de taak, de samenstelling, de bevoegdheden en de werkwijze van de in te stellen werkgroep.
3. De medezeggenschapscommissie kan in het instellingsbesluit van de werkgroep haar rechten en bevoegdheden ten aanzien van die aangelegenheden inclusief de bevoegdheid tot het plegen van overleg met het betrokken hoofd van de diensteenheid of de door deze bevoegd verklaarde functionaris, met uitzondering van het voeren van rechtsgedingen, geheel of gedeeltelijk aan de betrokken werkgroep overdragen.
4. Indien de medezeggenschapscommissie aan een werkgroep de bevoegdheid tot het plegen van overleg met het hoofd van de diensteenheid of de door deze bevoegd verklaarde functionaris als bedoeld in het derde lid, heeft overgedragen, is ten aanzien van dat overleg hoofdstuk 4van overeenkomstige toepassing. In dit overleg kunnen geen aangelegenheden worden behandeld die in het overleg met de medezeggenschapscommissie worden behandeld.
5. In een werkgroep kunnen naast leden van de medezeggenschapscommissie ook andere bij de diensteenheid werkzame werknemers zitting hebben. Het voorzitterschap berust bij een lid van de medezeggenschapscommissie.
6. Ten aanzien van de leden van door de medezeggenschapscommissie ingestelde werkgroepen, die geen lid zijn van de medezeggenschapscommissie, is artikel 16 van overeenkomstige toepassing.
2. De medezeggenschapscommissie legt haar voornemen om een werkgroep in te stellen schriftelijk voor aan het hoofd van de diensteenheid met vermelding van de taak, de samenstelling, de bevoegdheden en de werkwijze van de in te stellen werkgroep.
3. De medezeggenschapscommissie kan in het instellingsbesluit van de werkgroep haar rechten en bevoegdheden ten aanzien van die aangelegenheden inclusief de bevoegdheid tot het plegen van overleg met het betrokken hoofd van de diensteenheid of de door deze bevoegd verklaarde functionaris, met uitzondering van het voeren van rechtsgedingen, geheel of gedeeltelijk aan de betrokken werkgroep overdragen.
4. Indien de medezeggenschapscommissie aan een werkgroep de bevoegdheid tot het plegen van overleg met het hoofd van de diensteenheid of de door deze bevoegd verklaarde functionaris als bedoeld in het derde lid, heeft overgedragen, is ten aanzien van dat overleg hoofdstuk 4van overeenkomstige toepassing. In dit overleg kunnen geen aangelegenheden worden behandeld die in het overleg met de medezeggenschapscommissie worden behandeld.
5. In een werkgroep kunnen naast leden van de medezeggenschapscommissie ook andere bij de diensteenheid werkzame werknemers zitting hebben. Het voorzitterschap berust bij een lid van de medezeggenschapscommissie.
6. Ten aanzien van de leden van door de medezeggenschapscommissie ingestelde werkgroepen, die geen lid zijn van de medezeggenschapscommissie, is artikel 16 van overeenkomstige toepassing.