BWBR0024317
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel 36
Besluit medezeggenschap Defensie 2008
1. Het hoofd van de diensteenheid en de medezeggenschapscommissie kunnen een geschil als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onder a, b en cvan dit besluit in een spoedprocedure brengen indien sprake is van een spoedeisend belang. Iedere belanghebbende kan een geschil als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onder d, van dit besluit in een spoedprocedure brengen indien sprake is van een spoedeisend belang.
2. Het geschil, bedoeld in het eerste lid, wordt voorgelegd aan de voorzitter van het college voor geschillen. De voorzitter of een door de voorzitter aan te wijzen lid van het college brengt binnen twee weken nadat om advies is gevraagd, advies uit.
3. Het hoofd defensieonderdeel neemt binnen één week nadat hij het advies van het behandelend lid van het college voor geschillen heeft ontvangen een voorlopige beslissing. Indien de medezeggenschapscommissie geen gebruik maakt van de mogelijkheid tot verdere behandeling van het geschil, bedoeld in het vierde lid, wordt de beslissing in de vorige volzin definitief.
4. Indien de medezeggenschapscommissie naar aanleiding van de voorlopige beslissing behoefte heeft aan verdere behandeling van het geschil dan informeert zij daarover binnen twee weken het hoofd defensieonderdeel. Het hoofd defensieonderdeel legt het geschil en alle daarop betrekking hebbende stukken voor aan het college voor geschillen met het verzoek hem van advies te dienen.
5. Indien een in de artikelen 5of 6bedoelde medezeggenschapscommissie partij is in het geschil wordt in het derde en het vierde lid voor «het hoofd defensieonderdeel» telkenmale gelezen: de secretaris-generaal.
2. Het geschil, bedoeld in het eerste lid, wordt voorgelegd aan de voorzitter van het college voor geschillen. De voorzitter of een door de voorzitter aan te wijzen lid van het college brengt binnen twee weken nadat om advies is gevraagd, advies uit.
3. Het hoofd defensieonderdeel neemt binnen één week nadat hij het advies van het behandelend lid van het college voor geschillen heeft ontvangen een voorlopige beslissing. Indien de medezeggenschapscommissie geen gebruik maakt van de mogelijkheid tot verdere behandeling van het geschil, bedoeld in het vierde lid, wordt de beslissing in de vorige volzin definitief.
4. Indien de medezeggenschapscommissie naar aanleiding van de voorlopige beslissing behoefte heeft aan verdere behandeling van het geschil dan informeert zij daarover binnen twee weken het hoofd defensieonderdeel. Het hoofd defensieonderdeel legt het geschil en alle daarop betrekking hebbende stukken voor aan het college voor geschillen met het verzoek hem van advies te dienen.
5. Indien een in de artikelen 5of 6bedoelde medezeggenschapscommissie partij is in het geschil wordt in het derde en het vierde lid voor «het hoofd defensieonderdeel» telkenmale gelezen: de secretaris-generaal.