BWBR0024317
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel 7
Besluit medezeggenschap Defensie 2008
1. Onze Minister stelt een tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie in voor het overleg over een reorganisatie waarbij meerdere diensteenheden zijn betrokken, tenzij de reorganisatie naar het oordeel van Onze Minister in overeenstemming met de betrokken medezeggenschapscommissies behandeld kan worden binnen de bestaande medezeggenschapsstructuur.
2. In het instellingsbesluit wordt bepaald voor welke diensteenheden de tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld alsmede wie als hoofd van de diensteenheid voor de tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt aangemerkt en welke functionaris het overleg met deze commissie voorzit.
3. De tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld voor de duur van de reorganisatie, en houdt van rechtswege op te bestaan zodra overeenstemming is bereikt over de voorgenomen maatregel die verband houdt met de reorganisatie.
4. Indien een in dit artikel bedoelde tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld zijn de in artikelen 4, 5, 6en 8bedoelde medezeggenschapscommissies niet bevoegd ten aanzien van de door deze medezeggenschapscommissie te behandelen onderwerpen.
5. Artikel 4, met uitzondering van het eerste en het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. In het instellingsbesluit wordt bepaald voor welke diensteenheden de tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld alsmede wie als hoofd van de diensteenheid voor de tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt aangemerkt en welke functionaris het overleg met deze commissie voorzit.
3. De tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld voor de duur van de reorganisatie, en houdt van rechtswege op te bestaan zodra overeenstemming is bereikt over de voorgenomen maatregel die verband houdt met de reorganisatie.
4. Indien een in dit artikel bedoelde tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld zijn de in artikelen 4, 5, 6en 8bedoelde medezeggenschapscommissies niet bevoegd ten aanzien van de door deze medezeggenschapscommissie te behandelen onderwerpen.
5. Artikel 4, met uitzondering van het eerste en het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.