Artikel 1
1. In dit Besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
b. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het ministerie van Defensie;
c. werknemer: 1°. de militair in werkelijke dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement,
2°. de ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie,
3°. degene die in het kader van de werkzaamheden van de diensteenheid daarin ten minste 24 maanden werkzaam is op grond van detachering of een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
1°. de militair in werkelijke dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement,
2°. de ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie,
3°. degene die in het kader van de werkzaamheden van de diensteenheid daarin ten minste 24 maanden werkzaam is op grond van detachering of een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
d. defensieonderdeel: de Bestuursstaf, het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, de Koninklijke Marechaussee, het Commando DienstenCentra onderscheidenlijk de Defensie Materieelorganisatie;
e. hoofd defensieonderdeel: de plaatsvervangend secretaris-generaal voor de bestuursstaf van het ministerie van Defensie, de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, de Commandant van het Commando DienstenCentra onderscheidenlijk de Directeur van de Defensie Materieelorganisatie voor dat gedeelte dat geen deel uitmaakt van de bestuursstaf;
f. diensteenheid: een schip, een inrichting der zeemacht, een bataljon of eenheid van overeenkomstig niveau, een eenheid of groep eenheden bij het korps mariniers ter grootte van een bataljon of van een overeenkomstig niveau, een vliegbasis of een overeenkomstig onderdeel, een district of een eenheid van een overeenkomstig niveau dan wel een met een eigen taak bedeeld administratief of organisatorisch zelfstandig onderdeel van het ministerie van Defensie onderscheidenlijk een onderdeel van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten in Nederland of door Onze Minister aan te wijzen nationale of internationale overheidsdiensten waar werknemers in de zin van dit besluit werkzaam zijn;
g. sectorcommissie Defensie: de commissie, bedoeld in artikel 2 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie;
h. college voor geschillen: het college, bedoeld in artikel 33;
i. centrale: een centrale van verenigingen van ambtenaren als bedoeld in artikel 4 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie;
j. ambtelijk secretaris: een van buiten de medezeggenschapscommissie te benoemen functionaris ter ondersteuning van het secretariaat van de medezeggenschapscommissie.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt de bestuursstaf geacht te bestaan uit de diensteenheden genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van het Algemeen organisatiebesluit Defensie 2005, alsmede de staf van de Defensie Materieelorganisatie.
3. Voor de toepassing van dit besluit worden werknemers die hun werkzaamheden bij meer dan één diensteenheid verrichten, geacht werkzaam te zijn bij de diensteenheid waar zij in overwegende mate hun werkzaamheden verrichten.
a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
b. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het ministerie van Defensie;
c. werknemer: 1°. de militair in werkelijke dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement,
2°. de ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie,
3°. degene die in het kader van de werkzaamheden van de diensteenheid daarin ten minste 24 maanden werkzaam is op grond van detachering of een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
1°. de militair in werkelijke dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement,
2°. de ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie,
3°. degene die in het kader van de werkzaamheden van de diensteenheid daarin ten minste 24 maanden werkzaam is op grond van detachering of een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
d. defensieonderdeel: de Bestuursstaf, het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, de Koninklijke Marechaussee, het Commando DienstenCentra onderscheidenlijk de Defensie Materieelorganisatie;
e. hoofd defensieonderdeel: de plaatsvervangend secretaris-generaal voor de bestuursstaf van het ministerie van Defensie, de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, de Commandant van het Commando DienstenCentra onderscheidenlijk de Directeur van de Defensie Materieelorganisatie voor dat gedeelte dat geen deel uitmaakt van de bestuursstaf;
f. diensteenheid: een schip, een inrichting der zeemacht, een bataljon of eenheid van overeenkomstig niveau, een eenheid of groep eenheden bij het korps mariniers ter grootte van een bataljon of van een overeenkomstig niveau, een vliegbasis of een overeenkomstig onderdeel, een district of een eenheid van een overeenkomstig niveau dan wel een met een eigen taak bedeeld administratief of organisatorisch zelfstandig onderdeel van het ministerie van Defensie onderscheidenlijk een onderdeel van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten in Nederland of door Onze Minister aan te wijzen nationale of internationale overheidsdiensten waar werknemers in de zin van dit besluit werkzaam zijn;
g. sectorcommissie Defensie: de commissie, bedoeld in artikel 2 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie;
h. college voor geschillen: het college, bedoeld in artikel 33;
i. centrale: een centrale van verenigingen van ambtenaren als bedoeld in artikel 4 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie;
j. ambtelijk secretaris: een van buiten de medezeggenschapscommissie te benoemen functionaris ter ondersteuning van het secretariaat van de medezeggenschapscommissie.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt de bestuursstaf geacht te bestaan uit de diensteenheden genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van het Algemeen organisatiebesluit Defensie 2005, alsmede de staf van de Defensie Materieelorganisatie.
3. Voor de toepassing van dit besluit worden werknemers die hun werkzaamheden bij meer dan één diensteenheid verrichten, geacht werkzaam te zijn bij de diensteenheid waar zij in overwegende mate hun werkzaamheden verrichten.