BWBR0024317
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel 4
Besluit medezeggenschap Defensie 2008
1. Onze Minister stelt bij door hem aan te wijzen diensteenheden gemeenschappelijke medezeggenschapscommissies in indien dit bevorderlijk is voor de goede werking van de medezeggenschap.
2. In het instellingsbesluit wordt bepaald voor welke diensteenheden en voor welke periode de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie wordt ingesteld alsmede wie als hoofd van de diensteenheid voor deze gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie wordt aangemerkt en welke functionaris het overleg met deze commissie voorzit.
3. De betrokken medezeggenschapscommissies worden vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het instellen van een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie.
4. Een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bestaat uit leden, gekozen door de betrokken medezeggenschapscommissies uit leden van elk van die commissies. Voor ieder lid kan een plaatsvervanger worden gekozen die dezelfde rechten en plichten heeft als het lid dat hij vervangt.
5. Elke betrokken medezeggenschapscommissie levert een gelijk aantal leden in de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie. Onze Minister kan na overleg met de sectorcommissie Defensie hiervan afwijken voor zover de toepassing een goede werking van de medezeggenschap belemmert. In het instellingsbesluit wordt de samenstelling van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bepaald.
6. Een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie kan in haar reglement bepalen dat van die commissie, behalve de in het vierde lid bedoelde leden, ook deel kunnen uitmaken vertegenwoordigers van eenheden waarvoor geen medezeggenschapscommissie is ingesteld. De gemeenschappelijke medezeggenschapcommissie regelt in haar reglement het aantal en de wijze van verkiezing van de bedoelde vertegenwoordigers.
7. Het reglement van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bevat voorzieningen dat de verschillende groepen van de in de betrokken diensteenheden werkzame personen zoveel mogelijk in de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie vertegenwoordigd zijn. De betrokken medezeggenschapscommissies worden over de vaststelling van de betrokken bepalingen in het reglement gehoord.
8. Het lidmaatschap van een lid of plaatsvervangend lid van een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie eindigt van rechtswege als zijn lidmaatschap van de medezeggenschapscommissie eindigt. Het lidmaatschap van de vertegenwoordiger, bedoeld in het zesde lid, eindigt van rechtswege als hij niet langer bij de betrokken diensteenheid werkzaam is.
9. De gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie behandelt uitsluitend aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor een meerderheid van de diensteenheden waarvoor zij is ingesteld.
10. Indien een in dit artikel bedoelde gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie uit vertegenwoordigers van diensteenheden bestaat die afkomstig zijn uit meerdere defensieonderdelen wordt de secretaris-generaal aangemerkt als hoofd defensieonderdeel.
11. De artikelen 9, 13, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22en 23en de hoofdstukken 4 tot en met 6zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit artikel bedoelde gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie.
2. In het instellingsbesluit wordt bepaald voor welke diensteenheden en voor welke periode de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie wordt ingesteld alsmede wie als hoofd van de diensteenheid voor deze gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie wordt aangemerkt en welke functionaris het overleg met deze commissie voorzit.
3. De betrokken medezeggenschapscommissies worden vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het instellen van een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie.
4. Een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bestaat uit leden, gekozen door de betrokken medezeggenschapscommissies uit leden van elk van die commissies. Voor ieder lid kan een plaatsvervanger worden gekozen die dezelfde rechten en plichten heeft als het lid dat hij vervangt.
5. Elke betrokken medezeggenschapscommissie levert een gelijk aantal leden in de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie. Onze Minister kan na overleg met de sectorcommissie Defensie hiervan afwijken voor zover de toepassing een goede werking van de medezeggenschap belemmert. In het instellingsbesluit wordt de samenstelling van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bepaald.
6. Een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie kan in haar reglement bepalen dat van die commissie, behalve de in het vierde lid bedoelde leden, ook deel kunnen uitmaken vertegenwoordigers van eenheden waarvoor geen medezeggenschapscommissie is ingesteld. De gemeenschappelijke medezeggenschapcommissie regelt in haar reglement het aantal en de wijze van verkiezing van de bedoelde vertegenwoordigers.
7. Het reglement van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bevat voorzieningen dat de verschillende groepen van de in de betrokken diensteenheden werkzame personen zoveel mogelijk in de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie vertegenwoordigd zijn. De betrokken medezeggenschapscommissies worden over de vaststelling van de betrokken bepalingen in het reglement gehoord.
8. Het lidmaatschap van een lid of plaatsvervangend lid van een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie eindigt van rechtswege als zijn lidmaatschap van de medezeggenschapscommissie eindigt. Het lidmaatschap van de vertegenwoordiger, bedoeld in het zesde lid, eindigt van rechtswege als hij niet langer bij de betrokken diensteenheid werkzaam is.
9. De gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie behandelt uitsluitend aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor een meerderheid van de diensteenheden waarvoor zij is ingesteld.
10. Indien een in dit artikel bedoelde gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie uit vertegenwoordigers van diensteenheden bestaat die afkomstig zijn uit meerdere defensieonderdelen wordt de secretaris-generaal aangemerkt als hoofd defensieonderdeel.
11. De artikelen 9, 13, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22en 23en de hoofdstukken 4 tot en met 6zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit artikel bedoelde gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie.