BWBR0024317
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel 34
Besluit medezeggenschap Defensie 2008
1. Het college voor geschillen neemt kennis van de volgende geschillen:
a. over een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 9, tweede lid, 13, tweede lid, 16, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste, tweede en vijfde lid, 21, eerste lid, 23, eerste en tweede lid, 26, eerste lid, 27, tweede lid, of 28, eerste lid van dit besluit;
b. over een voorgenomen maatregel als bedoeld in artikel 29, eerste lid indien naar aanleiding van het hernieuwde overleg als bedoeld in artikel 30, derde lid, niet alsnog overeenstemming wordt bereikt;
c. over een verschil van mening met betrekking tot de interpretatie van dit besluit of van het reglement;
d. over de kandidaatstelling voor en de verkiezing van de leden van medezeggenschapscommissie.
2. Het hoofd van de diensteenheid en de medezeggenschapscommissie zijn beiden bevoegd om de in het eerste lid, onder a, b en c bedoelde geschillen met toelichting van de wederzijdse standpunten rechtstreeks voor te leggen aan het college voor geschillen. Voor de geschillen bedoeld in het eerste lid, onder d, is iedere belanghebbende bevoegd om deze met toelichting van zijn standpunt rechtstreeks voor te leggen aan het college voor geschillen.
3. Over de geschillen bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan aan het hoofd defensieonderdeel.
a. over een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 9, tweede lid, 13, tweede lid, 16, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste, tweede en vijfde lid, 21, eerste lid, 23, eerste en tweede lid, 26, eerste lid, 27, tweede lid, of 28, eerste lid van dit besluit;
b. over een voorgenomen maatregel als bedoeld in artikel 29, eerste lid indien naar aanleiding van het hernieuwde overleg als bedoeld in artikel 30, derde lid, niet alsnog overeenstemming wordt bereikt;
c. over een verschil van mening met betrekking tot de interpretatie van dit besluit of van het reglement;
d. over de kandidaatstelling voor en de verkiezing van de leden van medezeggenschapscommissie.
2. Het hoofd van de diensteenheid en de medezeggenschapscommissie zijn beiden bevoegd om de in het eerste lid, onder a, b en c bedoelde geschillen met toelichting van de wederzijdse standpunten rechtstreeks voor te leggen aan het college voor geschillen. Voor de geschillen bedoeld in het eerste lid, onder d, is iedere belanghebbende bevoegd om deze met toelichting van zijn standpunt rechtstreeks voor te leggen aan het college voor geschillen.
3. Over de geschillen bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan aan het hoofd defensieonderdeel.