BWBR0024317
Geldig vanaf 2008-09-01
Artikel 30
Besluit medezeggenschap Defensie 2008
1. Als het hoofd van de diensteenheid bevoegd is de in artikel 29, eerste lid, genoemde maatregel te treffen, deelt hij de medezeggenschapscommissie binnen vier weken nadat de commissie het advies heeft uitgebracht schriftelijk en gemotiveerd mee of hij zich met het advies kan verenigen.
2. Als het hoofd van de diensteenheid niet bevoegd is de in artikel 29, eerste lid, genoemde maatregel te treffen, zendt hij het advies van de medezeggenschapscommissie zo spoedig mogelijk aan het bevoegde gezag. Binnen zes weken nadat het advies door de commissie is uitgebracht deelt het hoofd van de diensteenheid schriftelijk en gemotiveerd mee of het bevoegde gezag zich met het advies kan verenigen.
3. Binnen vier weken nadat het hoofd van de diensteenheid heeft meegedeeld dat hij of het bevoegd gezag zich niet met het advies van de medezeggenschapscommissie kan verenigen, vindt tussen het hoofd van de diensteenheid en de medezeggenschapscommissie hernieuwd overleg plaats.
2. Als het hoofd van de diensteenheid niet bevoegd is de in artikel 29, eerste lid, genoemde maatregel te treffen, zendt hij het advies van de medezeggenschapscommissie zo spoedig mogelijk aan het bevoegde gezag. Binnen zes weken nadat het advies door de commissie is uitgebracht deelt het hoofd van de diensteenheid schriftelijk en gemotiveerd mee of het bevoegde gezag zich met het advies kan verenigen.
3. Binnen vier weken nadat het hoofd van de diensteenheid heeft meegedeeld dat hij of het bevoegd gezag zich niet met het advies van de medezeggenschapscommissie kan verenigen, vindt tussen het hoofd van de diensteenheid en de medezeggenschapscommissie hernieuwd overleg plaats.