BWBR0022128
Geldig vanaf 2008-12-05
Artikel 3
Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs
1. De Minister kan jaarlijks één of meer perioden openstellen voor het indienen van aanvragen tot subsidieverlening voor programma’s en projecten. Aan deze aanvragen kan de Minister in het openstellingsbesluit als gevolg van beleidsprioriteiten nadere voorschriften en criteria stellen. Het openstellingsbesluit wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
2. Indien de Minister een aanvraagperiode als bedoeld in het eerste lid openstelt, maakt hij in het openstellingsbesluit de thema’s voor programma’s met bijbehorende programmaonderdelen en voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, waarvoor subsidie kan worden verstrekt, bekend.
3. De Minister kan de thema’s, bedoeld in het tweede lid, rangschikken binnen één of meer hoofdthema’s.
4. Indien de Minister een aanvraagperiode als bedoeld in het eerste lid openstelt, kan hij in het openstellingsbesluit de categorieën voor programma’s met bijbehorende programmaonderdelen en voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, waarvoor subsidie kan worden verstrekt, bekendmaken.
5. De Minister stelt in het openstellingsbesluit de hoogte van het subsidiepercentage met betrekking tot de vergoeding van de subsidiabele kosten vast.
6. De Minister stelt in het openstellingsbesluit de maximale duur van de subsidieverlening voor programmaonderdelen en projecten, niet zijnde programmaonderdelen, vast.
2. Indien de Minister een aanvraagperiode als bedoeld in het eerste lid openstelt, maakt hij in het openstellingsbesluit de thema’s voor programma’s met bijbehorende programmaonderdelen en voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, waarvoor subsidie kan worden verstrekt, bekend.
3. De Minister kan de thema’s, bedoeld in het tweede lid, rangschikken binnen één of meer hoofdthema’s.
4. Indien de Minister een aanvraagperiode als bedoeld in het eerste lid openstelt, kan hij in het openstellingsbesluit de categorieën voor programma’s met bijbehorende programmaonderdelen en voor projecten, niet zijnde programmaonderdelen, waarvoor subsidie kan worden verstrekt, bekendmaken.
5. De Minister stelt in het openstellingsbesluit de hoogte van het subsidiepercentage met betrekking tot de vergoeding van de subsidiabele kosten vast.
6. De Minister stelt in het openstellingsbesluit de maximale duur van de subsidieverlening voor programmaonderdelen en projecten, niet zijnde programmaonderdelen, vast.