BWBR0022128
Geldig vanaf 2008-12-05
Artikel 23
Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs
1. De ontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en b, brengt één keer per jaar op 1 maart van elk jaar, waarin de aanvraag loopt een tussenrapportage uit omtrent de voortgang van het programma of programmaonderdeel.
2. De tussenrapportage, bedoeld in het eerste lid, bevat een beschrijving van:
a. de activiteiten die tot dan toe zijn verricht en de resultaten die tot dan toe zijn behaald, ook in relatie met onderzoek, onderwijs en het werkveld;
b. de mate waarin deze activiteiten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen;
c. de bijdrage aan maatschappelijke ontwikkelingen ook in relatie tot de doelstellingen van het groene onderwijs, het strategische beleid van de instelling en de aansluiting met het bedrijfsleven;
d. het effect van de subsidie;
e. een omschrijving van de kansen, knelpunten en risico’s, die zich voordoen bij de uitvoering van de activiteiten en de consequenties daarvan voor de planning en de uitvoering van de resterende activiteiten, en
f. de stand van zaken en planning ter zake van de financiën.
3. De rapportage van het programma bevat tevens een beschrijving van:
a. het verloop van de activiteiten van de programmaonderdelen die binnen het programma plaatsvinden, en;
b. de mate waarin de in onderdeel a genoemde activiteiten hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen.
4. Rapportages, bedoeld in het eerste lid, worden ingediend bij Dienst Regelingen volgens een door deze Dienst vastgesteld format.
5. De ontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en b, doet onverwijld een melding bij Dienst Regelingen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet, niet tijdig of geheel niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2. De tussenrapportage, bedoeld in het eerste lid, bevat een beschrijving van:
a. de activiteiten die tot dan toe zijn verricht en de resultaten die tot dan toe zijn behaald, ook in relatie met onderzoek, onderwijs en het werkveld;
b. de mate waarin deze activiteiten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen;
c. de bijdrage aan maatschappelijke ontwikkelingen ook in relatie tot de doelstellingen van het groene onderwijs, het strategische beleid van de instelling en de aansluiting met het bedrijfsleven;
d. het effect van de subsidie;
e. een omschrijving van de kansen, knelpunten en risico’s, die zich voordoen bij de uitvoering van de activiteiten en de consequenties daarvan voor de planning en de uitvoering van de resterende activiteiten, en
f. de stand van zaken en planning ter zake van de financiën.
3. De rapportage van het programma bevat tevens een beschrijving van:
a. het verloop van de activiteiten van de programmaonderdelen die binnen het programma plaatsvinden, en;
b. de mate waarin de in onderdeel a genoemde activiteiten hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen.
4. Rapportages, bedoeld in het eerste lid, worden ingediend bij Dienst Regelingen volgens een door deze Dienst vastgesteld format.
5. De ontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en b, doet onverwijld een melding bij Dienst Regelingen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet, niet tijdig of geheel niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.