BWBR0022128
Geldig vanaf 2008-12-05
Artikel 25
Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs
1. De aanvraag voor de vaststelling van de subsidie wordt binnen 13 weken na afloop van de duur van het programma of programmaonderdeel op een daartoe door Dienst Regelingen vastgesteld formulier ingediend bij Dienst Regelingen.
2. De aanvraag omvat in ieder geval:
a. een eindrapport en
b. een financiële verantwoording van het programma of programmaonderdeel, bestaande uit een rekening alsmede een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de voor subsidieverlening gestelde voorwaarden en verplichtingen.
3. Het eindrapport, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bevat een beschrijving van:
a. de activiteiten en het eindresultaat van het programma of programmaonderdeel ook in relatie met onderzoek, onderwijs en het werkveld;
b. de mate waarin deze activiteiten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen;
c. de bijdrage aan maatschappelijke ontwikkelingen ook in relatie tot de doelstellingen van het groene onderwijs, het strategische beleid van de instelling en de aansluiting met het bedrijfsleven;
d. het effect van de subsidie;
e. de kansen, knelpunten en risico’s, die zich voorgedaan hebben bij de uitvoering van de activiteiten;
f. de wijze van verspreiding en benutting van de eindresultaten.
4. De accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het controleprotocol, opgenomen in de bijlagebij deze regeling.
5. De rapportage van het programma bevat tevens een beschrijving van:
a. het verloop van de activiteiten van de programmaonderdelen die binnen het programma plaatsvinden, en
b. de mate waarin de in onderdeel a genoemde activiteiten hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen.
2. De aanvraag omvat in ieder geval:
a. een eindrapport en
b. een financiële verantwoording van het programma of programmaonderdeel, bestaande uit een rekening alsmede een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de voor subsidieverlening gestelde voorwaarden en verplichtingen.
3. Het eindrapport, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bevat een beschrijving van:
a. de activiteiten en het eindresultaat van het programma of programmaonderdeel ook in relatie met onderzoek, onderwijs en het werkveld;
b. de mate waarin deze activiteiten daadwerkelijk hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen;
c. de bijdrage aan maatschappelijke ontwikkelingen ook in relatie tot de doelstellingen van het groene onderwijs, het strategische beleid van de instelling en de aansluiting met het bedrijfsleven;
d. het effect van de subsidie;
e. de kansen, knelpunten en risico’s, die zich voorgedaan hebben bij de uitvoering van de activiteiten;
f. de wijze van verspreiding en benutting van de eindresultaten.
4. De accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het controleprotocol, opgenomen in de bijlagebij deze regeling.
5. De rapportage van het programma bevat tevens een beschrijving van:
a. het verloop van de activiteiten van de programmaonderdelen die binnen het programma plaatsvinden, en
b. de mate waarin de in onderdeel a genoemde activiteiten hebben bijgedragen aan de in de aanvraag omschreven doelstellingen.