BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 5:28
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Indien het samenstel van verrekenbare transacties aan een margeovereenkomst onderworpen is, maakt een financiële onderneming in haar interne model gebruik van één van de volgende EPE-metingen:
a. de effectieve EPE zonder met de margeovereenkomst rekening te houden; of
b. de in de margeovereenkomst vastgelegde EPE-drempel, mits deze positief is, vermeerderd met een opslagfactor die de potentiële stijging van de positie over de marge risicoperiode weerspiegelt.
2. De opslagfactor, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend als de verwachte stijging over de marge risicoperiode van de uit het samenstel van verrekenbare transacties voortvloeiende positie, uitgaande van een actuele positie van nul. Bij het verrichten van deze berekening wordt een marge risicoperiode gehanteerd van:
a. ten minste vijf werkdagen voor samenstellen van verrekenbare transacties die slechts bestaan uit repo- of daarop gelijkende transacties en die onderworpen zijn aan dagelijkse bijkomende dekking en dagelijkse marktwaarde; of
b. tien werkdagen voor alle andere samenstellen van verrekenbare transacties dan bedoeld in onderdeel a.
3. Indien de financiële onderneming in haar interne model bij de raming van EE met de gevolgen van margestortingen rekening houdt, kan zij met voorafgaande instemming van DNB de EE van het model direct in de tweede vergelijking van bijlage 5C gebruiken.
a. de effectieve EPE zonder met de margeovereenkomst rekening te houden; of
b. de in de margeovereenkomst vastgelegde EPE-drempel, mits deze positief is, vermeerderd met een opslagfactor die de potentiële stijging van de positie over de marge risicoperiode weerspiegelt.
2. De opslagfactor, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend als de verwachte stijging over de marge risicoperiode van de uit het samenstel van verrekenbare transacties voortvloeiende positie, uitgaande van een actuele positie van nul. Bij het verrichten van deze berekening wordt een marge risicoperiode gehanteerd van:
a. ten minste vijf werkdagen voor samenstellen van verrekenbare transacties die slechts bestaan uit repo- of daarop gelijkende transacties en die onderworpen zijn aan dagelijkse bijkomende dekking en dagelijkse marktwaarde; of
b. tien werkdagen voor alle andere samenstellen van verrekenbare transacties dan bedoeld in onderdeel a.
3. Indien de financiële onderneming in haar interne model bij de raming van EE met de gevolgen van margestortingen rekening houdt, kan zij met voorafgaande instemming van DNB de EE van het model direct in de tweede vergelijking van bijlage 5C gebruiken.
- Citeren als
- Art. 5:28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl