BWBR0020764
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 5:2
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Met inachtneming van deze afdeling, bepaalt een financiële onderneming de positiewaarde die voortvloeit uit afgeleide financiële instrumenten als bedoeld in bijlage B bij het Besluit, aan de hand van één van de methoden, bedoeld in de afdelingen 5.3 tot en met 5.6.
2. Een financiële onderneming die niet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van het Besluit respectievelijk afdeling 1.2 van de Rsm 2011 voldoet, is uitgesloten van de toepassing van de methode, bedoeld in afdeling 5.4.
3. De methode, bedoeld in afdeling 5.4, kan niet worden gebruikt voor de bepaling van de positiewaarde die voortvloeit uit afgeleide instrumenten als bedoeld in punt 3 van bijlage B bij het Besluit.
4. De in de afdelingen 5.3 tot en met 5.6 bedoelde methoden kunnen binnen een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in combinatie worden toegepast, mits dit op permanente basis geschiedt. Binnen de afzonderlijke juridisch-zelfstandige entiteiten die onderdeel uitmaken van de groep, is gecombineerde toepassing niet mogelijk.
5. In afwijking van het vierde lid, tweede volzin, kunnen de in afdelingen 5.3 en 5.5 bedoelde methoden binnen de juridisch zelfstandige entiteiten die onderdeel uitmaken van de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, in combinatie worden toegepast, indien tenminste één van deze methoden wordt gebruikt voor de toepassing van artikel 5:18.
2. Een financiële onderneming die niet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van het Besluit respectievelijk afdeling 1.2 van de Rsm 2011 voldoet, is uitgesloten van de toepassing van de methode, bedoeld in afdeling 5.4.
3. De methode, bedoeld in afdeling 5.4, kan niet worden gebruikt voor de bepaling van de positiewaarde die voortvloeit uit afgeleide instrumenten als bedoeld in punt 3 van bijlage B bij het Besluit.
4. De in de afdelingen 5.3 tot en met 5.6 bedoelde methoden kunnen binnen een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in combinatie worden toegepast, mits dit op permanente basis geschiedt. Binnen de afzonderlijke juridisch-zelfstandige entiteiten die onderdeel uitmaken van de groep, is gecombineerde toepassing niet mogelijk.
5. In afwijking van het vierde lid, tweede volzin, kunnen de in afdelingen 5.3 en 5.5 bedoelde methoden binnen de juridisch zelfstandige entiteiten die onderdeel uitmaken van de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, in combinatie worden toegepast, indien tenminste één van deze methoden wordt gebruikt voor de toepassing van artikel 5:18.
- Citeren als
- Art. 5:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl