BWBR0019507
Geldig vanaf 2007-05-05
Artikel 3.2.2a
Regeling uniforme saneringen
1. De saneringsaanpak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e, van het besluitbestaat bij deze categorie uniforme saneringen uit:
a. het tijdelijk uitplaatsen van de aanwezige verontreinigde grond zoals bedoeld in artikel 3.3.1 en volgens de aanpak als bedoeld in artikel 3.3.2;
b. het ontgraven van de te saneren verontreinigde grond en het daarin aanwezige verontreinigde grondwater tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde bedoeld in artikel 3.2.4;
c. het van de saneringslocatie afvoeren van de te saneren grond;
d. het aanvullen van de ontgraving tot het niveau van de terug te plaatsen grond bedoeld in onderdeel a met grond van een kwaliteit van ten hoogste het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in artikel 3.2.5; en
e. het weer terugplaatsen van de verontreinigde grond, bedoeld in onderdeel a.
2. Bij de saneringsaanpak bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking van artikel 3.2.1, onderdeel b, tevens sprake zijn van een immobiele verontreinigingssituatie.
a. het tijdelijk uitplaatsen van de aanwezige verontreinigde grond zoals bedoeld in artikel 3.3.1 en volgens de aanpak als bedoeld in artikel 3.3.2;
b. het ontgraven van de te saneren verontreinigde grond en het daarin aanwezige verontreinigde grondwater tot minimaal het niveau van de terugsaneerwaarde bedoeld in artikel 3.2.4;
c. het van de saneringslocatie afvoeren van de te saneren grond;
d. het aanvullen van de ontgraving tot het niveau van de terug te plaatsen grond bedoeld in onderdeel a met grond van een kwaliteit van ten hoogste het concentratieniveau voor stoffen bedoeld in artikel 3.2.5; en
e. het weer terugplaatsen van de verontreinigde grond, bedoeld in onderdeel a.
2. Bij de saneringsaanpak bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking van artikel 3.2.1, onderdeel b, tevens sprake zijn van een immobiele verontreinigingssituatie.