BWBR0019511
Geldig vanaf 2006-02-14
Artikel 3
Besluit uniforme saneringen
1. Degene die saneert, maakt in geval van een landbodem gebruik van een saneringsaanpak bestaande uit:
a. het verplaatsen van verontreinigde grond;
b. het saneren van verontreinigde grond door middel van een open ontgraving;
c. het aanbrengen van een isolatielaag;
d. het saneren van verontreinigd grondwater;
e. een combinatie van a, b, c of d.
2. Degene die saneert, maakt in geval van een waterbodem gebruik van een saneringsaanpak bestaande uit:
a. het verplaatsen van verontreinigd sediment;
b. het ontgraven of baggeren van verontreinigd sediment;
c. het aanbrengen van een isolatielaag;
d. een combinatie van a, b of c.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de saneringsaanpak.
a. het verplaatsen van verontreinigde grond;
b. het saneren van verontreinigde grond door middel van een open ontgraving;
c. het aanbrengen van een isolatielaag;
d. het saneren van verontreinigd grondwater;
e. een combinatie van a, b, c of d.
2. Degene die saneert, maakt in geval van een waterbodem gebruik van een saneringsaanpak bestaande uit:
a. het verplaatsen van verontreinigd sediment;
b. het ontgraven of baggeren van verontreinigd sediment;
c. het aanbrengen van een isolatielaag;
d. een combinatie van a, b of c.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de saneringsaanpak.