BWBR0019507
Geldig vanaf 2007-05-05
Artikel 2.2
Regeling uniforme saneringen
1. De sanering wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het Besluit bodemkwaliteit, beschikt over een erkenning voor het uitvoeren van de betrokken werkzaamheden.
2. De verontreinigingen binnen de saneringslocatie zijn goed bereikbaar met de in te zetten technieken.
3. De saneringslocatie en buiten de saneringslocatie liggende depots zijn omgeven door een hekwerk. Na het beëindigen van de dagelijkse werkzaamheden wordt het hekwerk afgesloten. Het hekwerk is aan de buitenzijden voorzien van het duidelijk leesbaar opschrift, luidende: verboden toegang voor onbevoegden, gevaarlijk terrein.
4. De saneerder, dan wel degene die de sanering feitelijk uitvoert, stelt het bevoegd gezag in staat om de uitvoering van de sanering te controleren, zowel gedurende als na afloop van de sanering.
2. De verontreinigingen binnen de saneringslocatie zijn goed bereikbaar met de in te zetten technieken.
3. De saneringslocatie en buiten de saneringslocatie liggende depots zijn omgeven door een hekwerk. Na het beëindigen van de dagelijkse werkzaamheden wordt het hekwerk afgesloten. Het hekwerk is aan de buitenzijden voorzien van het duidelijk leesbaar opschrift, luidende: verboden toegang voor onbevoegden, gevaarlijk terrein.
4. De saneerder, dan wel degene die de sanering feitelijk uitvoert, stelt het bevoegd gezag in staat om de uitvoering van de sanering te controleren, zowel gedurende als na afloop van de sanering.