BWBR0019507
Geldig vanaf 2007-05-05
Artikel 1.5
Regeling uniforme saneringen
1. De saneerder voert de volgende onderzoeken uit, tenzij in paragraaf 3anders is bepaald:
a. vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725;
b. verkennend onderzoek overeenkomstig NEN 5740. De onderzoeksstrategie dient te worden gebaseerd op de gegevens van het vooronderzoek bedoeld in sub a;
c. indien de resultaten van het onderzoek, bedoeld onder a, daartoe aanleiding geven dient een onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd, overeenkomstig NEN 5707; en
d. nader onderzoek overeenkomstig NTA 5755, waarbij de aard en omvang van de verontreinigingen in de bodem worden vastgesteld.
2. Onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, kan achterwege blijven indien eerder in een ander kader onderzoek is uitgevoerd dat representatief is voor de heersende situatie en waarvan de resultaten nog voldoende actueel zijn.
3. De persoon of instelling die de onderzoeken, bedoeld in het eerste lid en artikel 3.4.5, tweede lid, uitvoert beschikt daartoe over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteiten staat op grond van artikel 9, tweede lid, van dat besluitvermeld op die erkenning.
4. De gegevens voortvloeiend uit de onderzoeken bedoeld in het eerste en tweede lid worden in de vorm van bodemonderzoeksrapporten vastgelegd.
5. Met de in deze regeling genoemde normen en richtlijnen worden gelijkgesteld normen en richtlijnen die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
a. vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725;
b. verkennend onderzoek overeenkomstig NEN 5740. De onderzoeksstrategie dient te worden gebaseerd op de gegevens van het vooronderzoek bedoeld in sub a;
c. indien de resultaten van het onderzoek, bedoeld onder a, daartoe aanleiding geven dient een onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd, overeenkomstig NEN 5707; en
d. nader onderzoek overeenkomstig NTA 5755, waarbij de aard en omvang van de verontreinigingen in de bodem worden vastgesteld.
2. Onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, kan achterwege blijven indien eerder in een ander kader onderzoek is uitgevoerd dat representatief is voor de heersende situatie en waarvan de resultaten nog voldoende actueel zijn.
3. De persoon of instelling die de onderzoeken, bedoeld in het eerste lid en artikel 3.4.5, tweede lid, uitvoert beschikt daartoe over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteiten staat op grond van artikel 9, tweede lid, van dat besluitvermeld op die erkenning.
4. De gegevens voortvloeiend uit de onderzoeken bedoeld in het eerste en tweede lid worden in de vorm van bodemonderzoeksrapporten vastgelegd.
5. Met de in deze regeling genoemde normen en richtlijnen worden gelijkgesteld normen en richtlijnen die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.