BWBR0019507
Geldig vanaf 2007-05-05
Artikel 2.4
Regeling uniforme saneringen
Het tijdelijk opslaan van bij de sanering vrijkomende verontreinigde grond en bodemvreemd materiaal dient te voldoen aan de volgende eisen, tenzij in paragraaf 3anders is bepaald:
a. de tijdelijke opslag is toegestaan binnen het geval van verontreiniging;
b. depots en containers voor tijdelijke opslag dienen op deugdelijke wijze te worden afgedekt met een lekdicht folie;
c. het is niet toegestaan de opslag te laten voortduren: 1°. na het beëindigen van de grondsanering, of
2°. langer dan zes maanden na de aanvang van de sanering.
1°. na het beëindigen van de grondsanering, of
2°. langer dan zes maanden na de aanvang van de sanering.
d. partijen verontreinigde grond worden naar aard, samenstelling en verontreiniging in te onderscheiden deelpartijen opgeslagen, zonder dat de grond een bewerking heeft ondergaan. De deelpartijen dienen fysiek te worden gescheiden.
a. de tijdelijke opslag is toegestaan binnen het geval van verontreiniging;
b. depots en containers voor tijdelijke opslag dienen op deugdelijke wijze te worden afgedekt met een lekdicht folie;
c. het is niet toegestaan de opslag te laten voortduren: 1°. na het beëindigen van de grondsanering, of
2°. langer dan zes maanden na de aanvang van de sanering.
1°. na het beëindigen van de grondsanering, of
2°. langer dan zes maanden na de aanvang van de sanering.
d. partijen verontreinigde grond worden naar aard, samenstelling en verontreiniging in te onderscheiden deelpartijen opgeslagen, zonder dat de grond een bewerking heeft ondergaan. De deelpartijen dienen fysiek te worden gescheiden.