BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 23a
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Een paardenverzamelcentrum dat is erkend ingevolge artikel 21, tweede lid:
a. voldoet aan de eisen genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 64/432/EG;
b. voldoet aan de artikelen 9 en 17 van verordening (EG) nr. 1/2005, de artikelen 2.1, eerste, tweede en zesde lid en 2.2, achtste lid van de Wet dieren en de artikelen 1.6, eerste en derde lid, 2.3 en 2.4 van het Besluit houders van dieren;
c. wordt geëxploiteerd conform het door de minister goedgekeurde protocol;
d. verleent de toezichthouder de medewerking die nodig is voor de uitoefening van zijn taken;
e. voldoet aan hoofdstuk 4a en
f. is alleen toegankelijk voor paardachtigen ten aanzien waarvan door de exploitant van het erkende paardenverzamelcentrum is gecontroleerd dat zij voldoen aan de in Uitvoeringsverordening (EU) 262/2015 van de Commissie van 17 februari 2015 tot vaststelling van voorschriften overeenkomstig de Richtlijnen 90/427/EEG en 2009/156/EG van de Raad met betrekking tot de methoden voor de identificatie van paardachtigen (verordening paardenpaspoort) (PbEU L 59) en in paragraaf 7b van de Regeling identificatie en registratie van dieren.
2. De eigenaar of exploitant van het paardenverzamelcentrum, bedoeld in het eerste lid houdt een voor de toezichthouder toegankelijk register bij met daarin dezelfde gegevens over paardachtigen die op grond van artikel 11, tweede lid, van richtlijn 64/432/EEGvoor runderen zijn vereist.
3. Het register, bedoeld in het tweede lid, wordt minimaal drie jaren bewaard.
a. voldoet aan de eisen genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 64/432/EG;
b. voldoet aan de artikelen 9 en 17 van verordening (EG) nr. 1/2005, de artikelen 2.1, eerste, tweede en zesde lid en 2.2, achtste lid van de Wet dieren en de artikelen 1.6, eerste en derde lid, 2.3 en 2.4 van het Besluit houders van dieren;
c. wordt geëxploiteerd conform het door de minister goedgekeurde protocol;
d. verleent de toezichthouder de medewerking die nodig is voor de uitoefening van zijn taken;
e. voldoet aan hoofdstuk 4a en
f. is alleen toegankelijk voor paardachtigen ten aanzien waarvan door de exploitant van het erkende paardenverzamelcentrum is gecontroleerd dat zij voldoen aan de in Uitvoeringsverordening (EU) 262/2015 van de Commissie van 17 februari 2015 tot vaststelling van voorschriften overeenkomstig de Richtlijnen 90/427/EEG en 2009/156/EG van de Raad met betrekking tot de methoden voor de identificatie van paardachtigen (verordening paardenpaspoort) (PbEU L 59) en in paragraaf 7b van de Regeling identificatie en registratie van dieren.
2. De eigenaar of exploitant van het paardenverzamelcentrum, bedoeld in het eerste lid houdt een voor de toezichthouder toegankelijk register bij met daarin dezelfde gegevens over paardachtigen die op grond van artikel 11, tweede lid, van richtlijn 64/432/EEGvoor runderen zijn vereist.
3. Het register, bedoeld in het tweede lid, wordt minimaal drie jaren bewaard.