BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 29a
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
In deze paragraaf en paragraaf 4.3.1wordt verstaan onder:
a. varkenshouderijbedrijf: locatie van een landbouwbedrijf, niet zijnde een erkend varkensspermawincentrum als bedoeld in artikel 3 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentrum, waar slechts één varkenshouder actief is en waar, anders dan voor educatieve doeleinden, vijf of meer varkens worden gehouden dan wel een locatie die daarvoor bestemd is;
b. cluster: combinatie van ten hoogste drie C-bedrijven als bedoeld in artikel 29d, die uitsluitend van één en hetzelfde A-bedrijf als bedoeld in artikel 29b of E-bedrijf als bedoeld in artikel 29e varkens ontvangt;
c. toevoegstal: stal, die is afgescheiden van de rest van het varkenshouderijbedrijf en waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage I opgenomen voorschriften;
d. big: pasgeboren varken, niet zijnde speenbig;
e. speenbig: varken van ten minste drie en ten hoogste twaalf weken oud dat niet meer wordt gezoogd door zijn moeder.
a. varkenshouderijbedrijf: locatie van een landbouwbedrijf, niet zijnde een erkend varkensspermawincentrum als bedoeld in artikel 3 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentrum, waar slechts één varkenshouder actief is en waar, anders dan voor educatieve doeleinden, vijf of meer varkens worden gehouden dan wel een locatie die daarvoor bestemd is;
b. cluster: combinatie van ten hoogste drie C-bedrijven als bedoeld in artikel 29d, die uitsluitend van één en hetzelfde A-bedrijf als bedoeld in artikel 29b of E-bedrijf als bedoeld in artikel 29e varkens ontvangt;
c. toevoegstal: stal, die is afgescheiden van de rest van het varkenshouderijbedrijf en waarvan inrichting en gebruik voldoen aan de in bijlage I opgenomen voorschriften;
d. big: pasgeboren varken, niet zijnde speenbig;
e. speenbig: varken van ten minste drie en ten hoogste twaalf weken oud dat niet meer wordt gezoogd door zijn moeder.