BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 26
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Erkenning van een reinigings- en ontsmettingsplaats door de minister vindt plaats, indien:
a. de plaats zodanig is ingericht en wordt geëxploiteerd dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen kan plaatsvinden ongeacht het type vervoermiddel en onder alle klimatologische omstandigheden. De reiniging en ontsmetting wordt zodanig uitgevoerd dat de bioveiligheid niet in gevaar komt.
2. De wijze van exploitatie en van reiniging en ontsmetting wordt vastgelegd in een protocol dat moet worden goedgekeurd door de minister.
3. Een reinigings- en ontsmettingsplaats die onderdeel uitmaakt van een ingevolge artikel 21, eerste of vijfde lid, erkende verzamelplaats, wordt beschouwd als een ingevolge het eerste lid erkende reinigings- en ontsmettingsplaats.
a. de plaats zodanig is ingericht en wordt geëxploiteerd dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen kan plaatsvinden ongeacht het type vervoermiddel en onder alle klimatologische omstandigheden. De reiniging en ontsmetting wordt zodanig uitgevoerd dat de bioveiligheid niet in gevaar komt.
2. De wijze van exploitatie en van reiniging en ontsmetting wordt vastgelegd in een protocol dat moet worden goedgekeurd door de minister.
3. Een reinigings- en ontsmettingsplaats die onderdeel uitmaakt van een ingevolge artikel 21, eerste of vijfde lid, erkende verzamelplaats, wordt beschouwd als een ingevolge het eerste lid erkende reinigings- en ontsmettingsplaats.