BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 18
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Indien een of meer evenhoevigen worden aangevoerd op een verzamelcentrum dient het verzamelcentrum te zijn erkend ingevolge artikel 21, eerste of vijfde lid.
2. Indien een of meer evenhoevigen worden aangevoerd op een slachthuis dient deze te beschikken over een reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen die is erkend ingevolge artikel 26, eerste lid.
3. In afwijking van het tweede lid mogen een of meer evenhoevigen worden aangevoerd op een slachthuis met geringe capaciteit indien deze beschikt over een voorziening met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden van het slachthuis, die zodanig is ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen kan plaatsvinden ongeacht het type vervoermiddel en voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage 9. De reiniging en ontsmetting wordt overeenkomstig een door de minister goedgekeurd protocol op zodanige wijze uitgevoerd dat de bioveiligheid niet in gevaar komt.
4. De eigenaar of exploitant van een slachthuis met geringe capaciteit als bedoeld in het derde lid, houdt een register bij met daarin de gegevens, bedoeld in artikel 28, tweede liden bewaart dit overeenkomstig artikel 28, derde lid.
5. De eigenaar of exploitant van een slachthuis met geringe capaciteit als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s zoals deze luidde op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, dient uiterlijk binnen drie maanden het protocol, bedoeld in het derde lid, ter goedkeuring in bij de minister en werkt uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van deze regeling overeenkomstig het door de minister goedgekeurde protocol.
6. In afwijking van het tweede lid mogen een of meer evenhoevigen worden aangevoerd op een slachthuis met geringe capaciteit die bij inwerkingtreding van deze regeling over een vergunning beschikt die is afgegeven op grond van artikel 59, vijfde lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s deze zoals deze luidde op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.
2. Indien een of meer evenhoevigen worden aangevoerd op een slachthuis dient deze te beschikken over een reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen die is erkend ingevolge artikel 26, eerste lid.
3. In afwijking van het tweede lid mogen een of meer evenhoevigen worden aangevoerd op een slachthuis met geringe capaciteit indien deze beschikt over een voorziening met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden van het slachthuis, die zodanig is ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen kan plaatsvinden ongeacht het type vervoermiddel en voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage 9. De reiniging en ontsmetting wordt overeenkomstig een door de minister goedgekeurd protocol op zodanige wijze uitgevoerd dat de bioveiligheid niet in gevaar komt.
4. De eigenaar of exploitant van een slachthuis met geringe capaciteit als bedoeld in het derde lid, houdt een register bij met daarin de gegevens, bedoeld in artikel 28, tweede liden bewaart dit overeenkomstig artikel 28, derde lid.
5. De eigenaar of exploitant van een slachthuis met geringe capaciteit als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s zoals deze luidde op het moment van inwerkingtreding van deze regeling, dient uiterlijk binnen drie maanden het protocol, bedoeld in het derde lid, ter goedkeuring in bij de minister en werkt uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van deze regeling overeenkomstig het door de minister goedgekeurde protocol.
6. In afwijking van het tweede lid mogen een of meer evenhoevigen worden aangevoerd op een slachthuis met geringe capaciteit die bij inwerkingtreding van deze regeling over een vergunning beschikt die is afgegeven op grond van artikel 59, vijfde lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s deze zoals deze luidde op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.