BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 21
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Een varkensverzamelcentrum of een runderverzamelcentrum kan door de minister worden erkend indien:
a. het verzamelcentrum voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van richtlijn nr. 64/432/EEG;
b. het verzamelcentrum zodanig is gelegen, ontworpen en geconstrueerd en op zodanige wijze wordt geëxploiteerd dat de bioveiligheid groot genoeg is om te voorkomen dat er ernstige besmettelijke dierziekten naar andere bedrijven of tussen opeenvolgende partijen dieren die het verzamelcentrum passeren, verspreid worden;
c. op het verzamelcentrum een of meer reinigings- en ontsmettingsplaatsen die allen voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 26, aanwezig zijn om vervoermiddelen te reinigen en ontsmetten.
2. Een paardenverzamelcentrum wordt door de minister erkend indien:
a. het verzamelcentrum voldoet aan de eisen genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van richtlijn 64/432;
b. het verzamelcentrum zodanig is gelegen, ontworpen en op zodanige wijze wordt geëxploiteerd dat de bioveiligheid groot genoeg is om te voorkomen dat er ernstige besmettelijke dierziekten naar andere bedrijven of tussen opeenvolgende partijen paardachtigen die op het verzamelcentrum passeren, verspreid worden;
c. op het verzamelcentrum één of meer reinigings- en ontsmettingsplaatsen aanwezig zijn die allen voldoen aan de eisen, bedoeld in bijlage 9.
3. Indien een runderverzamelcentrum of paardenverzamelcentrum bestaat uit meer epidemiologische eenheden, voldoen al deze eenheden aan artikel 1, onderdeel u, en wordt het aantal eenheden vermeld in de erkenning.
4. Indien het varkensverzamelcentrum subsidie heeft ontvangen op grond van de <a href="/wet/BWBR0009818" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Subsidieregeling sanering verzamelcentra varkens</a>wordt het verzamelcentrum niet erkend.
5. Een schapen- en geitenverzamelcentrum wordt door de minister erkend indien:
a. het verzamelcentrum voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 8bis, eerste lid, onderdeel d, van richtlijn nr. 91/68/EEG;
b. het verzamelcentrum zodanig is gelegen, ontworpen en geconstrueerd en op zodanige wijze wordt geëxploiteerd dat de bioveiligheid groot genoeg is om te voorkomen dat er ernstige besmettelijke dierziekten naar andere bedrijven of tussen opeenvolgende partijen dieren die het verzamelcentrum passeren, verspreid worden;
c. op het verzamelcentrum een of meer reinigings- en ontsmettingsplaatsen die allen voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 26, aanwezig zijn om vervoermiddelen te reinigen en ontsmetten.
6. Bij de verlening van de erkenning, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, kan door de minister rekening gehouden worden met de antecedenten van de eigenaar of exploitant van het verzamelcentrum met betrekking de voorschriften, genoemd in artikel 23of 24.
7. De wijze waarop een verzamelcentrum wordt geëxploiteerd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, en de wijze van reiniging en ontsmetting worden vastgelegd in een protocol dat door de minister wordt goedgekeurd.
a. het verzamelcentrum voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van richtlijn nr. 64/432/EEG;
b. het verzamelcentrum zodanig is gelegen, ontworpen en geconstrueerd en op zodanige wijze wordt geëxploiteerd dat de bioveiligheid groot genoeg is om te voorkomen dat er ernstige besmettelijke dierziekten naar andere bedrijven of tussen opeenvolgende partijen dieren die het verzamelcentrum passeren, verspreid worden;
c. op het verzamelcentrum een of meer reinigings- en ontsmettingsplaatsen die allen voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 26, aanwezig zijn om vervoermiddelen te reinigen en ontsmetten.
2. Een paardenverzamelcentrum wordt door de minister erkend indien:
a. het verzamelcentrum voldoet aan de eisen genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel d, van richtlijn 64/432;
b. het verzamelcentrum zodanig is gelegen, ontworpen en op zodanige wijze wordt geëxploiteerd dat de bioveiligheid groot genoeg is om te voorkomen dat er ernstige besmettelijke dierziekten naar andere bedrijven of tussen opeenvolgende partijen paardachtigen die op het verzamelcentrum passeren, verspreid worden;
c. op het verzamelcentrum één of meer reinigings- en ontsmettingsplaatsen aanwezig zijn die allen voldoen aan de eisen, bedoeld in bijlage 9.
3. Indien een runderverzamelcentrum of paardenverzamelcentrum bestaat uit meer epidemiologische eenheden, voldoen al deze eenheden aan artikel 1, onderdeel u, en wordt het aantal eenheden vermeld in de erkenning.
4. Indien het varkensverzamelcentrum subsidie heeft ontvangen op grond van de <a href="/wet/BWBR0009818" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Subsidieregeling sanering verzamelcentra varkens</a>wordt het verzamelcentrum niet erkend.
5. Een schapen- en geitenverzamelcentrum wordt door de minister erkend indien:
a. het verzamelcentrum voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 8bis, eerste lid, onderdeel d, van richtlijn nr. 91/68/EEG;
b. het verzamelcentrum zodanig is gelegen, ontworpen en geconstrueerd en op zodanige wijze wordt geëxploiteerd dat de bioveiligheid groot genoeg is om te voorkomen dat er ernstige besmettelijke dierziekten naar andere bedrijven of tussen opeenvolgende partijen dieren die het verzamelcentrum passeren, verspreid worden;
c. op het verzamelcentrum een of meer reinigings- en ontsmettingsplaatsen die allen voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 26, aanwezig zijn om vervoermiddelen te reinigen en ontsmetten.
6. Bij de verlening van de erkenning, bedoeld in het eerste, tweede en vijfde lid, kan door de minister rekening gehouden worden met de antecedenten van de eigenaar of exploitant van het verzamelcentrum met betrekking de voorschriften, genoemd in artikel 23of 24.
7. De wijze waarop een verzamelcentrum wordt geëxploiteerd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b, en vijfde lid, onderdeel b, en de wijze van reiniging en ontsmetting worden vastgelegd in een protocol dat door de minister wordt goedgekeurd.