BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 23
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Een verzamelcentrum dat is erkend ingevolge artikel 21, eerste lid:
a. voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdelen c en e, van richtlijn nr. 64/432/EEG;
b. voldoet aan de artikelen 9 en 17 van verordening (EG) nr. 1/2005, de artikelen 2.1, eerste, tweede en zesde lid en 2.2, achtste lid, van de Wet dieren en de artikelen 1.6, eerste en derde lid, 2.3 en 2.4 Besluit houders van dieren;
c. wordt geëxploiteerd conform het door de minister goedgekeurde protocol;
d. verleent de toezichthouder de medewerking die nodig is voor de uitoefening van zijn taken;
e. voldoet aan: – de artikelen 36, 37, 38, 41 en 42, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 36, 37, 38, 41 en 43 tot en met 46, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 30, eerste lid, 31, 32 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 19 en 20, eerste lid, 21 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft.
– de artikelen 36, 37, 38, 41 en 42, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 36, 37, 38, 41 en 43 tot en met 46, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 30, eerste lid, 31, 32 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 19 en 20, eerste lid, 21 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft.
2. De eigenaar of exploitant van een verzamelcentrum dat is erkend ingevolge artikel 21, houdt een voor de toezichthouder toegankelijk register bij met daarin de gegevens, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van richtlijn nr. 64/432/EEG, en de gegevens, bedoeld in artikel 28, tweede lid.
3. Het register, bedoeld in het tweede lid, wordt minimaal drie jaren bewaard.
a. voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdelen c en e, van richtlijn nr. 64/432/EEG;
b. voldoet aan de artikelen 9 en 17 van verordening (EG) nr. 1/2005, de artikelen 2.1, eerste, tweede en zesde lid en 2.2, achtste lid, van de Wet dieren en de artikelen 1.6, eerste en derde lid, 2.3 en 2.4 Besluit houders van dieren;
c. wordt geëxploiteerd conform het door de minister goedgekeurde protocol;
d. verleent de toezichthouder de medewerking die nodig is voor de uitoefening van zijn taken;
e. voldoet aan: – de artikelen 36, 37, 38, 41 en 42, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 36, 37, 38, 41 en 43 tot en met 46, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 30, eerste lid, 31, 32 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 19 en 20, eerste lid, 21 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft.
– de artikelen 36, 37, 38, 41 en 42, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 36, 37, 38, 41 en 43 tot en met 46, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 30, eerste lid, 31, 32 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een varkensverzamelcentrum betreft;
– de artikelen 19 en 20, eerste lid, 21 en 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, voor zover het een runderverzamelcentrum betreft.
2. De eigenaar of exploitant van een verzamelcentrum dat is erkend ingevolge artikel 21, houdt een voor de toezichthouder toegankelijk register bij met daarin de gegevens, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van richtlijn nr. 64/432/EEG, en de gegevens, bedoeld in artikel 28, tweede lid.
3. Het register, bedoeld in het tweede lid, wordt minimaal drie jaren bewaard.