BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 13
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Aan de houder van een rund wordt ingeval een rund abortus ondergaat vrijstelling verleend van de verplichting tot kennisgeving van dit verschijnsel van brucellose, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19 van de wet</a>, indien wordt voldaan aan het tweede en derde lid.
2. De houder stuurt binnen 7 dagen na de abortus een door een dierenarts bij dat rund genomen bloedmonster aan een erkend laboratorium als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019575/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria</a>, ten behoeve van overeenkomstig bijlage C bij richtlijn nr. 64/432/EEGuit te voeren serologisch onderzoek.
3. Zodra de houder ervan op de hoogte is gesteld dat de abortus blijkens het in het tweede lid bedoelde onderzoek vermoedelijk aan brucellose te wijten is, geeft de houder terstond kennis van dit vermoeden aan de ambtenaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/114" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 114, tweede lid, van de wet</a>.
4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verplichting tot kennisgeving door de dierenarts, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/100" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 100 van de wet</a>, van brucellose bij een rund.
2. De houder stuurt binnen 7 dagen na de abortus een door een dierenarts bij dat rund genomen bloedmonster aan een erkend laboratorium als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019575/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria</a>, ten behoeve van overeenkomstig bijlage C bij richtlijn nr. 64/432/EEGuit te voeren serologisch onderzoek.
3. Zodra de houder ervan op de hoogte is gesteld dat de abortus blijkens het in het tweede lid bedoelde onderzoek vermoedelijk aan brucellose te wijten is, geeft de houder terstond kennis van dit vermoeden aan de ambtenaar, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/114" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 114, tweede lid, van de wet</a>.
4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verplichting tot kennisgeving door de dierenarts, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/100" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 100 van de wet</a>, van brucellose bij een rund.