BWBR0017259
Geldig vanaf 2010-06-11
Artikel 98
Regeling diervoeders
1. De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, worden benoemd tot onbezoldigd ambtenaar bij de Voedsel en Waren Autoriteit voor de volgende taken:
a. het signaleren van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders die in of uit Nederland worden gevoerd;
b. het in ontvangst nemen en behandelen van een kennisgeving als bedoeld in artikel 83, tweede lid;
c. het uitvoeren van de controles, bedoeld in artikelen 14 en 15 van verordening (EG) nr. 882/2004;
d. het nemen van beslissingen over het voldoen van producten aan de eisen, neergelegd in artikel 16, tweede lid, van de wet, voorzover het producten betreft waarvoor uitsluitend een documenten- en een overeenstemmingscontrole plaatsvindt;
e. het aantekenen van de in onderdeel d bedoelde beslissing, voorzover de producten voldoen aan de eisen, neergelegd in artikel 16, tweede lid, van de wet, en overige gegevens op het in artikel 86, eerste lid, bedoelde document;
f. het controleren van vervoer van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels en diervoeders over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht;
g. het geven van uitvoering aan maatregelen waartoe de minister heeft besloten.
2. De taken, bedoeld in het eerste lid, worden uitgevoerd in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees.
a. het signaleren van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders die in of uit Nederland worden gevoerd;
b. het in ontvangst nemen en behandelen van een kennisgeving als bedoeld in artikel 83, tweede lid;
c. het uitvoeren van de controles, bedoeld in artikelen 14 en 15 van verordening (EG) nr. 882/2004;
d. het nemen van beslissingen over het voldoen van producten aan de eisen, neergelegd in artikel 16, tweede lid, van de wet, voorzover het producten betreft waarvoor uitsluitend een documenten- en een overeenstemmingscontrole plaatsvindt;
e. het aantekenen van de in onderdeel d bedoelde beslissing, voorzover de producten voldoen aan de eisen, neergelegd in artikel 16, tweede lid, van de wet, en overige gegevens op het in artikel 86, eerste lid, bedoelde document;
f. het controleren van vervoer van toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels en diervoeders over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht;
g. het geven van uitvoering aan maatregelen waartoe de minister heeft besloten.
2. De taken, bedoeld in het eerste lid, worden uitgevoerd in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees.