BWBR0017259
Geldig vanaf 2010-06-11
Artikel 30
Regeling diervoeders
1. Voedermiddelen in mengvoeders die zijn opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 5, worden onder de in die lijst gegeven benaming vermeld.
2. Voedermiddelen in mengvoeders die niet zijn opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 5, worden onder een benaming die voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 3 van het besluit, vermeld.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen voedermiddelen worden vermeld onder de benaming van een categorie voedermiddelen als bedoeld in de bijlage bij richtlijn nr. 82/475/EEGvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juni 1982 tot vaststelling van de categorieën van voedermiddelen die mogen worden gebruikt voor het etiketteren van mengvoeders voor huisdieren (PbEG L 213) indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. het mengvoeder is bestemd voor huisdieren;
b. alle voedermiddelen worden vermeld onder de benaming van de categorie voedermiddelen waartoe zij ingevolge de bijlage behoren, met uitzondering van voedermiddelen die tot geen enkele categorie voedermiddelen behoren;
c. voedermiddelen die tot geen enkele categorie voedermiddelen behoren worden, in voorkomend geval, aangeduid overeenkomstig het eerste of tweede lid.
2. Voedermiddelen in mengvoeders die niet zijn opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 5, worden onder een benaming die voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 3 van het besluit, vermeld.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen voedermiddelen worden vermeld onder de benaming van een categorie voedermiddelen als bedoeld in de bijlage bij richtlijn nr. 82/475/EEGvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 23 juni 1982 tot vaststelling van de categorieën van voedermiddelen die mogen worden gebruikt voor het etiketteren van mengvoeders voor huisdieren (PbEG L 213) indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. het mengvoeder is bestemd voor huisdieren;
b. alle voedermiddelen worden vermeld onder de benaming van de categorie voedermiddelen waartoe zij ingevolge de bijlage behoren, met uitzondering van voedermiddelen die tot geen enkele categorie voedermiddelen behoren;
c. voedermiddelen die tot geen enkele categorie voedermiddelen behoren worden, in voorkomend geval, aangeduid overeenkomstig het eerste of tweede lid.