BWBR0017259
Geldig vanaf 2010-06-11
Artikel 4
Regeling diervoeders
Als voedermiddelen als bedoeld in artikel 3 van de wetworden aangewezen:
a. faecaliën, urine, de inhoud van het spijsverteringskanaal die bij het leegmaken of het verwijderen daarvan is vrijgekomen, al dan niet behandeld, bewerkt of verwerkt;
b. huiden, behandeld met looistoffen, en afval daarvan;
c. zaden, planten, ander plantaardig teeltmateriaal en de daarvan afgeleide producten, voorzover deze na het oogsten daarvan met fytofarmaceutische producten zijn behandeld;
d. hout, zaagsel en daarvan afgeleide producten, behandeld met houtconserveringsmiddelen als bedoeld in bijlage V bij richtlijn nr. 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PbEG L 123);
e. water uit onafhankelijke circuits in levensmiddelen- of diervoederbedrijven, met uitzondering van water dat aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: 1°. het water bevat uitsluitend materiaal van diervoeders of van levensmiddelen;
2°. het water is in technische zin vrij van reinigingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of andere bestanddelen die bij of krachtens de wet, dan wel ingevolge een communautaire maatregel, zijn verboden;
3°. de circuits worden uitsluitend gevuld met: – gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
– gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
1°. het water bevat uitsluitend materiaal van diervoeders of van levensmiddelen;
2°. het water is in technische zin vrij van reinigingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of andere bestanddelen die bij of krachtens de wet, dan wel ingevolge een communautaire maatregel, zijn verboden;
3°. de circuits worden uitsluitend gevuld met: – gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
– gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
f. afval, verkregen uit stedelijk, huishoudelijk en industrieel afvalwater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/271/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PbEG L 135), niet zijnde water als bedoeld in onderdeel e, aanhef, al dan niet behandeld, bewerkt of verwerkt en ongeacht de oorsprong van het afvalwater;
g. vast stadsafval, met inbegrip van huishoudelijk afval, niet zijnde keukenafval en etensresten als bedoeld in bijlage I bij verordening (EG) nr. 1774/2002;
h. verpakkingen en delen van verpakkingen, afkomstig van producten die worden gebruikt in de voedingsmiddelenindustrie;
i. verwerkte dierlijke eiwitten, afkomstig van pelsdieren, huisdieren, dierentuindieren of circusdieren, voorzover deze worden vervoederd aan landbouwhuisdieren die zijn bestemd voor de productie van voedingsmiddelen;
j. gehydroliseerde eiwitten, afkomstig van veren, voorzover deze worden vervoederd aan landbouwhuisdieren met uitzondering van vleesetende pelsdieren.
a. faecaliën, urine, de inhoud van het spijsverteringskanaal die bij het leegmaken of het verwijderen daarvan is vrijgekomen, al dan niet behandeld, bewerkt of verwerkt;
b. huiden, behandeld met looistoffen, en afval daarvan;
c. zaden, planten, ander plantaardig teeltmateriaal en de daarvan afgeleide producten, voorzover deze na het oogsten daarvan met fytofarmaceutische producten zijn behandeld;
d. hout, zaagsel en daarvan afgeleide producten, behandeld met houtconserveringsmiddelen als bedoeld in bijlage V bij richtlijn nr. 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PbEG L 123);
e. water uit onafhankelijke circuits in levensmiddelen- of diervoederbedrijven, met uitzondering van water dat aan elk van de volgende voorwaarden voldoet: 1°. het water bevat uitsluitend materiaal van diervoeders of van levensmiddelen;
2°. het water is in technische zin vrij van reinigingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of andere bestanddelen die bij of krachtens de wet, dan wel ingevolge een communautaire maatregel, zijn verboden;
3°. de circuits worden uitsluitend gevuld met: – gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
– gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
1°. het water bevat uitsluitend materiaal van diervoeders of van levensmiddelen;
2°. het water is in technische zin vrij van reinigingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of andere bestanddelen die bij of krachtens de wet, dan wel ingevolge een communautaire maatregel, zijn verboden;
3°. de circuits worden uitsluitend gevuld met: – gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
– gezond en schoon water als bedoeld in artikel 4 van richtlijn nr. 98/83/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 330) of
– schoon zeewater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268), ingeval van gebruik in de zeevisserijsector;
f. afval, verkregen uit stedelijk, huishoudelijk en industrieel afvalwater als bedoeld in artikel 2 van richtlijn nr. 91/271/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PbEG L 135), niet zijnde water als bedoeld in onderdeel e, aanhef, al dan niet behandeld, bewerkt of verwerkt en ongeacht de oorsprong van het afvalwater;
g. vast stadsafval, met inbegrip van huishoudelijk afval, niet zijnde keukenafval en etensresten als bedoeld in bijlage I bij verordening (EG) nr. 1774/2002;
h. verpakkingen en delen van verpakkingen, afkomstig van producten die worden gebruikt in de voedingsmiddelenindustrie;
i. verwerkte dierlijke eiwitten, afkomstig van pelsdieren, huisdieren, dierentuindieren of circusdieren, voorzover deze worden vervoederd aan landbouwhuisdieren die zijn bestemd voor de productie van voedingsmiddelen;
j. gehydroliseerde eiwitten, afkomstig van veren, voorzover deze worden vervoederd aan landbouwhuisdieren met uitzondering van vleesetende pelsdieren.