BWBR0017259
Geldig vanaf 2010-06-11
Artikel 17
Regeling diervoeders
1. Bij de aanvraag wordt een dossier gevoegd met gegevens waaruit blijkt dat de vervangende voederproteïne aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. de vervangende voederproteïne bezit voedingswaarde voor dieren vanwege haar stikstof- of eiwitvoorziening;
b. bij verstandig gebruik: 1°. zijn er geen nadelige gevolgen voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu;
2°. schaadt de vervangende voederproteïne de verbruiker niet door de kenmerkende eigenschappen van dierlijke producten te wijzigen;
1°. zijn er geen nadelige gevolgen voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu;
2°. schaadt de vervangende voederproteïne de verbruiker niet door de kenmerkende eigenschappen van dierlijke producten te wijzigen;
c. de vervangende voederproteïne is controleerbaar in diervoeders.
2. Ingeval de aanvraag betrekking heeft op een uit een bacterie of gist verkregen vervangende voederproteïne wordt bij de aanvraag een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de richtsnoeren uit de bijlage bij richtlijn nr. 83/228/EEG.
a. de vervangende voederproteïne bezit voedingswaarde voor dieren vanwege haar stikstof- of eiwitvoorziening;
b. bij verstandig gebruik: 1°. zijn er geen nadelige gevolgen voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu;
2°. schaadt de vervangende voederproteïne de verbruiker niet door de kenmerkende eigenschappen van dierlijke producten te wijzigen;
1°. zijn er geen nadelige gevolgen voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu;
2°. schaadt de vervangende voederproteïne de verbruiker niet door de kenmerkende eigenschappen van dierlijke producten te wijzigen;
c. de vervangende voederproteïne is controleerbaar in diervoeders.
2. Ingeval de aanvraag betrekking heeft op een uit een bacterie of gist verkregen vervangende voederproteïne wordt bij de aanvraag een dossier gevoegd dat is samengesteld overeenkomstig de richtsnoeren uit de bijlage bij richtlijn nr. 83/228/EEG.