BWBR0017259
Geldig vanaf 2010-06-11
Artikel 38
Regeling diervoeders
1. Met betrekking tot een diervoeder met een bijzonder voedingsdoel en de bestanddelen daarin wordt of worden vermeld:
a. het woord ‘dieetvoeder’ en de benaming van het voeder;
b. het bijzondere voedingsdoel;
c. de voedingskenmerken van het voeder die in de lijst, bedoeld in artikel 37, bij het bijzondere voedingsdoel zijn opgenomen;
d. de in de lijst, bedoeld in artikel 37, bij het bijzondere voedingsdoel en de diercategorie of diersoort waarvoor het is bestemd opgenomen: 1°. kwantitatieve gegevens inzake analytische bestanddelen, toevoegingsmiddelen en andere ingrediënten;
2°. gegevens over de aanbevolen minimum- en maximumgebruiksduur;
3°. andere vermeldingen;
1°. kwantitatieve gegevens inzake analytische bestanddelen, toevoegingsmiddelen en andere ingrediënten;
2°. gegevens over de aanbevolen minimum- en maximumgebruiksduur;
3°. andere vermeldingen;
e. de tekst ‘Aangeraden wordt om vóór gebruik een specialist te raadplegen’, tenzij ingevolge onderdeel d, onder 3°, een aanbeveling om een dierenarts te raadplegen wordt vermeld.
2. De ingevolge het eerste lid, onderdeel d, onder 1°, te vermelden:
a. bronnen van bestanddelen worden zodanig nauwkeurig vermeld dat kan worden beoordeeld of deze gegevens overeenstemmen met de daarbij horende voedingskenmerken;
b. gehalten aan bestanddelen die ook zijn toegelaten als toevoegingsmiddel, waarbij in de lijst, bedoeld in artikel 37, ‘totaal’ is aangegeven, hebben betrekking op: 1°. de van nature in het voeder aanwezige hoeveelheid indien het desbetreffende toevoegingsmiddel niet in het voeder is verwerkt;
2°. het totaal van de van nature aanwezige en de toegevoegde hoeveelheid in het voeder in andere gevallen dan bedoeld onder 1°;
1°. de van nature in het voeder aanwezige hoeveelheid indien het desbetreffende toevoegingsmiddel niet in het voeder is verwerkt;
2°. het totaal van de van nature aanwezige en de toegevoegde hoeveelheid in het voeder in andere gevallen dan bedoeld onder 1°;
c. gehalten aan bestanddelen waarbij in de lijst, bedoeld in artikel 37, is aangegeven ‘indien toegevoegd’, worden alleen vermeld indien het bestanddeel speciaal in het voeder is verwerkt, of het aandeel ervan speciaal is vergroot om het bijzondere voedingsdoel te bereiken.
3. In plaats van een ingevolge het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, te vermelden minimum- en maximumgebruiksduur kan een preciezere gebruiksduur, gelegen binnen dit minimum en maximum, worden vermeld.
a. het woord ‘dieetvoeder’ en de benaming van het voeder;
b. het bijzondere voedingsdoel;
c. de voedingskenmerken van het voeder die in de lijst, bedoeld in artikel 37, bij het bijzondere voedingsdoel zijn opgenomen;
d. de in de lijst, bedoeld in artikel 37, bij het bijzondere voedingsdoel en de diercategorie of diersoort waarvoor het is bestemd opgenomen: 1°. kwantitatieve gegevens inzake analytische bestanddelen, toevoegingsmiddelen en andere ingrediënten;
2°. gegevens over de aanbevolen minimum- en maximumgebruiksduur;
3°. andere vermeldingen;
1°. kwantitatieve gegevens inzake analytische bestanddelen, toevoegingsmiddelen en andere ingrediënten;
2°. gegevens over de aanbevolen minimum- en maximumgebruiksduur;
3°. andere vermeldingen;
e. de tekst ‘Aangeraden wordt om vóór gebruik een specialist te raadplegen’, tenzij ingevolge onderdeel d, onder 3°, een aanbeveling om een dierenarts te raadplegen wordt vermeld.
2. De ingevolge het eerste lid, onderdeel d, onder 1°, te vermelden:
a. bronnen van bestanddelen worden zodanig nauwkeurig vermeld dat kan worden beoordeeld of deze gegevens overeenstemmen met de daarbij horende voedingskenmerken;
b. gehalten aan bestanddelen die ook zijn toegelaten als toevoegingsmiddel, waarbij in de lijst, bedoeld in artikel 37, ‘totaal’ is aangegeven, hebben betrekking op: 1°. de van nature in het voeder aanwezige hoeveelheid indien het desbetreffende toevoegingsmiddel niet in het voeder is verwerkt;
2°. het totaal van de van nature aanwezige en de toegevoegde hoeveelheid in het voeder in andere gevallen dan bedoeld onder 1°;
1°. de van nature in het voeder aanwezige hoeveelheid indien het desbetreffende toevoegingsmiddel niet in het voeder is verwerkt;
2°. het totaal van de van nature aanwezige en de toegevoegde hoeveelheid in het voeder in andere gevallen dan bedoeld onder 1°;
c. gehalten aan bestanddelen waarbij in de lijst, bedoeld in artikel 37, is aangegeven ‘indien toegevoegd’, worden alleen vermeld indien het bestanddeel speciaal in het voeder is verwerkt, of het aandeel ervan speciaal is vergroot om het bijzondere voedingsdoel te bereiken.
3. In plaats van een ingevolge het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, te vermelden minimum- en maximumgebruiksduur kan een preciezere gebruiksduur, gelegen binnen dit minimum en maximum, worden vermeld.