BWBR0017259
Geldig vanaf 2010-06-11
Artikel 32
Regeling diervoeders
1. Bij de aanduiding van de voedermiddelen in mengvoeders die zijn bestemd voor huisdieren kan, overeenkomstig het tweede lid, worden gewezen op:
a. de aanwezigheid van bepaalde voedermiddelen die voor de eigenschappen van het desbetreffende mengvoeder van wezenlijk belang zijn;
b. een laag gehalte aan bepaalde voedermiddelen dat voor de eigenschappen van het desbetreffende mengvoeder van wezenlijk belang is.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het minimum- of het maximumgehalte van het desbetreffende voedermiddel, uitgedrukt in percentage van het gewicht van het mengvoeder, op één van de volgende wijzen duidelijk vermeld:
a. bij de aanduidingen over het desbetreffende voedermiddel of de desbetreffende categorie;
b. naast de aanduiding waarmee wordt gewezen op de aanwezigheid van het desbetreffende voedermiddel of de desbetreffende categorie.
a. de aanwezigheid van bepaalde voedermiddelen die voor de eigenschappen van het desbetreffende mengvoeder van wezenlijk belang zijn;
b. een laag gehalte aan bepaalde voedermiddelen dat voor de eigenschappen van het desbetreffende mengvoeder van wezenlijk belang is.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt het minimum- of het maximumgehalte van het desbetreffende voedermiddel, uitgedrukt in percentage van het gewicht van het mengvoeder, op één van de volgende wijzen duidelijk vermeld:
a. bij de aanduidingen over het desbetreffende voedermiddel of de desbetreffende categorie;
b. naast de aanduiding waarmee wordt gewezen op de aanwezigheid van het desbetreffende voedermiddel of de desbetreffende categorie.