BWBR0017259
Geldig vanaf 2010-06-11
Artikel 83
Regeling diervoeders
1. Toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels en diervoeders die afkomstig zijn uit een derde land en die in Nederland in het douanegebied van de Europese Gemeenschap worden binnengebracht, worden aangevoerd via:
a. Rotterdam haven, Vlissingen haven, Amsterdam luchthaven of Maastricht luchthaven, voorzover zij van dierlijke oorsprong zijn;
b. Rotterdam haven, Delfzijl haven, Vlissingen haven, Amsterdam haven of Amsterdam luchthaven, voorzover zij niet van dierlijke oorsprong zijn.
2. De belanghebbende bij de lading stelt de Voedsel en Waren Autoriteit voor inklaring schriftelijk in kennis van de aanvoer, bedoeld in het eerste lid. Hij maakt daarbij gebruik van een bij de Voedsel en Waren Autoriteit opvraagbaar document, dat volledig wordt ingevuld en in viervoud wordt ingeleverd.
a. Rotterdam haven, Vlissingen haven, Amsterdam luchthaven of Maastricht luchthaven, voorzover zij van dierlijke oorsprong zijn;
b. Rotterdam haven, Delfzijl haven, Vlissingen haven, Amsterdam haven of Amsterdam luchthaven, voorzover zij niet van dierlijke oorsprong zijn.
2. De belanghebbende bij de lading stelt de Voedsel en Waren Autoriteit voor inklaring schriftelijk in kennis van de aanvoer, bedoeld in het eerste lid. Hij maakt daarbij gebruik van een bij de Voedsel en Waren Autoriteit opvraagbaar document, dat volledig wordt ingevuld en in viervoud wordt ingeleverd.