BWBR0016221
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 4
Regeling bekostiging financieel toezicht
1. De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer stellen jaarlijks een jaarrekening op, waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd van het financieel beheer en van de geleverde prestaties over het verstreken boekjaar. De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatigheid van de inning en besteding van de middelen door de Autoriteit Financiële Markten onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer uit hoofde van de in artikel 2, eerste lid, genoemde wetten alsmede de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. Dit verslag wordt voor het eerst opgesteld over het jaar 2004.
4. De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer zenden de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6. De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer doen onverwijld mededeling in de Staatscourant van de jaarrekening waarmee is ingestemd en maken deze openbaar.
2. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de Autoriteit Financiële Markten onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatigheid van de inning en besteding van de middelen door de Autoriteit Financiële Markten onderscheidenlijk de Pensioen- & Verzekeringskamer uit hoofde van de in artikel 2, eerste lid, genoemde wetten alsmede de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. Dit verslag wordt voor het eerst opgesteld over het jaar 2004.
4. De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer zenden de jaarrekening voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6. De Autoriteit Financiële Markten en de Pensioen- & Verzekeringskamer doen onverwijld mededeling in de Staatscourant van de jaarrekening waarmee is ingestemd en maken deze openbaar.